|
2010
Dinsdag 07 september 2010
|
|
Geschreven door Holman, Alie
|
|
Knutselen
/ Bijbelverhalen
|
|
Dit knutselwerkje hoort bij het verhaal van Gideon Richteren 6:1-24 Het verhaal gaat over de Israëlieten die al zeven jaar achter elkaar werden aangevallen door de Midjanieten. De Midjanieten namen alles van hen af, ze namen alles wat op het veld stond en ze lieten niks voor de Israëlieten over, nog geen schaap, echt helemaal niets. De Israëlieten verstopten zich in grotten en ze riepen God om hulp, gelukkig luisterde God naar de mensen, Hij stuurde een profeet. Wanneer je dat verhaal goed leest dan is het overduidelijk dat God een boodschap heeft voor de Israëlieten en niet alleen voor hen maar ook voor ons, Hij wil dat we Hem dienen en volgen en dat we niet achter afgoden aangaan en dat we geen verkeerde dingen doen, want dan gaat het niet goed met ons. In dit verhaal ontmoet Gideon een engel en die engel zegt hem dat Gideon de Midjanieten zal verslaan omdat God met hem is. Gideon wil een teken en maakt eten klaar, ongezuurde broden en een geitebokje. Wanneer Gideon dit meeneemt naar de engel toe, zegt de engel dat hij het op de rots moet leggen en zodra de engel met zijn staf het eten aanraakt komt er vuur uit de rots omhoog en al het eten wordt verteerd. Ik heb het verhaal natuurlijk niet volledig uitgewerkt, het staat in diverse kinderbijbels, maar het is ook goed om zelf het verhaal eens na te lezen.
 Wat ik met dit werkje heb gedaan is natuurlijk een basisplaat maken. Daarop zie je Gideon en de engel en de boom waaronder de engel volgens het Bijbelverhaal zat. Als extra onderdelen heb ik de rots getekend en een vuurtje. Het is de bedoeling om de basisplaat in te kleuren. De rots op de basisplaat hoeft niet ingekleurd te worden want daar hebben we een losse rots voor die we ervoor langs plakken. Kleur de vlammen en de losse rots op het tweede blad in. Knip de rots en de vlammen uit en knip ook het vlakje op de basisplaat uit waarop uitknippen geschreven staat. Nu steek je het onderdeel met de vlammen door de opening heen, de vlammen moeten natuurlijk op de voorkant te zien zijn. Vouw de zijvlakken van de losse rots naar achteren toe (op de stippellijnen) en plak de rots op de plakstroken van de basisplaat. Het vuur hangt nu achter de rots, wanneer je aan de achterkant van de basisplaat de onderste strook van het vuurplaatje vastpakt en omhoog duwt schuift het vuur voor het eten langs.
DOWNLOAD WERKBLAD 
Read more
Comments (0)
|
|
Maandag 06 september 2010
|
|
Geschreven door Klaas van Eijbergen
|
|
Bijbelverhalen
/ De verhalen van Piepie muis
|
|
Och, lieve luisteraars en knappe lezers, wat is er veel gebeurd de laatste weken. Lambiek is samen met zijn ouders, oom Guus en tante Liesje, ja ook tante Liesje, want ze was eerder beter dan verwacht, teruggevlogen met de Ganzen Express naar het Grote bos in de Ardennen. Niemand vond het eigenlijk echt erg, want Lambiek was niet zo aardig. Niemand vond het eigenlijk echt erg, want Lambiek was niet zo aardig.
Tante Clara Koe is erg ziek en haar neef Jan Jaap Kalff werkt nu zo lang in haar winkeltje. Het is maar goed dat tante Clara Koe het niet weet, kom eens wat dichterbij allemaal dan fluister ik het jullie in het oor: die Jan Jaap heeft alle prijzen verhoogd en je krijgt geen roombabbelaar meer gratis. Zo nu fluister ik niet meer. Oom Johan heeft er al iets van gezegd en weet je wat dat Kalff zei: “bemoei je met je eigen zaken en nu gauw wegwezen.” Oom Johan was erg geschrokken en heeft toen in “De Holle Boom”, het buurtboshuis van het Grote Hazelbos een bijeenkomst gehouden waar iedereen welkom was. Papa en mama zijn er ook geweest en papa heeft er schande van gesproken. Ook dominee Kraai was daar en die zei: “er wonen hier al zoveel dieren die met weinig dennenappels moeten rondkomen, dat zij de kerk om hulp vragen. De Alle Dieren Kerk heeft natuurlijk een reservepotje, maar daar zitten niet veel dennenappels meer in.” “Ahum, ahum, als ik ook even iets mag zeggen” Meester de Uil was naar de microfoon gelopen, “ik ben bang dat wij niets anders kunnen doen dan onze dagelijkse boodschappen ergens anders gaan halen.” Oom Johan liep toen naar de microfoon en zei: “dat komt goed uit, want ik heb besloten om mijn winkel uit te breiden met dagelijkse levensmiddelen. Aan de familie Kip heb ik gevraagd wat meer eieren te leggen, en Coba Rund uit het Kleine Hazelbos komt iedere dag verse boter, kaas en melk leveren.” Een geweldig applaus brak los. Wat was iedereen blij die dag.
Zo nu terug naar vandaag. Piepie Muis zit in groep vier en dat is best leuk. Bijna iedereen is overgegaan en er zijn ook een paar in groep vier blijven zitten. Zoals Gerda Goudvis, die zit al drie jaar in groep vier. Je hoort haar al van verre aankomen: “spetter de spatter, ik word steeds natter; spetter de spatter, ik word steeds natter.” Jullie zijn natuurlijk nieuwsgierig waarom ze dat steeds zingt, nou dat zal ik eens gauw vertellen. Klusjesman Felix Raaf haalt haar elke dag in zijn kruiwagen op en brengt haar naar school en na schooltijd brengt hij haar weer naar de vijver. Onderweg springt Gerda altijd omhoog en als ze weer in het water komt zingt ze altijd: “spetter de spatter, ik word steeds natter.”
Weten jullie wie ook over is gegaan naar groep vier? Dat raden jullie nooit! Op de eerste schooldag staan wij netjes in de rij te wachten om als groep vier naar binnen te gaan en kijken rond of wij Jaap Boskat zien, hij is de zoon van huisarts Boskat en de meester van groep vier. Als de groepen een, twee en drie naar binnen zijn gegaan, lopen wij ook naar binnen en gaan het lokaal van groep vier in. Wat is dat vreemd. Niemand die welkom in groep vier zei. We waren wat aan het praten en Gerda Goudvis zingt “spetter de spatter, ik word steeds natter” en op eens horen wij “Ahum, ahum.” Meester de Uil is binnengekomen en gaat voor het bord staan. “Ahum, ahum, zoals jullie zien is meester Boskat er niet en hij komt ook niet meer. Hij heeft in de vakantie een baan aangenomen in de school van het Amersfoortse Bos. Nu krijgen jullie dit jaar les van juffrouw Kitty Kikker.” De klas begint te klappen van plezier en Gerda zingt “spetter de spatte...” “ja, Gerda nu weet ik het wel” zegt Cas de Muis. “Groep drie gaat meester de Uil verder, krijgt nu les van juffrouw de Poes en groepen een en twee worden samengevoegd tot groep anderhalf en krijgen les van mevrouw Kraai, de vrouw van dominee Kraai.” Juffrouw Kitty is inmiddels ook het lokaal binnen gekomen en zwaait naar iedereen. “Zo, ik heb gezegd” Meester de Uil loopt de klas uit.
Op weg naar huis raken Piepie en haar vriendinnen Eekie Eekhoorn en Zus Konijn niet uitgepraat over de eerste schooldag. Cas de Muis slentert achter hun aan en schopt af en toe tegen een beukennootje. Hij heeft duidelijk de pest in. Als Eekie en Zus thuis zijn, lopen Piepie en Cas samen verder het Grote Pad af. “Heb jij je laatste dennenappeltje versnoept of heb je gewoon slechte zin?” Piepie kijkt haar buurjongen aan en die zegt: “die Gerda met haar spetter de spatter ik word er gestoord van en meester Boshuis was mijn vriend en nou laat hij mij in de steek.” “Oude mopperpot, als je zo blijft doorgaan mag je niet meer naast mij wonen. Het is toch leuk dat juffrouw Kitty weer les geeft.” “Dat is wel leuk, maar toch.” Hij trapt zo hard tegen een beukennootje dat zijn schoentje in de struiken verdwijnt. Piepie hangt slap van de lach over een boomstronkje heen en dat maakt Cas nog bozer. “Kom liever mee helpen zoeken naar mijn schoentje in plaats van zo stom te staan lachen.” Samen hebben ze het schoentje zo gevonden en lopen zwijgend naar huis.
’s Avonds in bed vertelt mama haar een verhaaltje uit de kinderbijbel over Noach hoe hij alle dieren redde van de Zondvloed. Na het voorlezen stopt mama Piepie in en die vertelt over school en over spetter de spatter, maar ze vertelt niets over het verdwenen schoentje van Cas, nee, dat is hun geheimpje.
Read more
Comments (0)
|
|
|
Geschreven door Holman, Alie
|
|
Knutselen
/ Bijbelverhalen
|
|
Dit knutselwerkje hoort bij één van de verhalen van Paulus: Handelingen 17:15-34
Ik heb ook dit verhaal niet volledig uitgewerkt, maar in dit verhaal lees je dat Paulus wacht in Athene op Silas en Timoteüs. Er zijn daar veel godenbeelden, beelden die vereerd werden, beelden gemaakt door mensenhanden. Paulus kwam om het woord van God te brengen en de mensen te vertellen van de Schepper van hemel en aarde. Hij sprak over de God die de mensen het leven gaf, de God die totaal niet te vergelijken was met al die afgodsbeelden die hij om zich heen zag en hij vertelde de mensen dat God wilde dat ze Hem zouden zoeken en Hem zouden volgen. Paulus wist het verschil tussen de dode beelden heel goed en hij bracht de mensen een belangrijke boodschap, volg de levende God.
 Leg de kinderen uit wat een afgod is, in eerste instantie zijn dat in dit verhaal beelden die belangrijker zijn in de levens van mensen dan een levende God die de hemel en de aarde schiep. Het waren beelden die een hele hoge belangrijke plek innamen en die de mensen wegtrokken van de levende God. Hebben wij dingen die belangrijker zijn dan het volgen van God? Moeten wij niet boven alles God zoeken en Hem aanbidden en Hem onze tijd geven? Zijn het alleen afgodsbeelden die bij mensen hoger staan dan God? Of zou je geld, de computer, luxe auto’s enz. ook afgoden kunnen noemen? Dit werkje bestaat uit een groot verbodsbord met daarop de tekst, afgoden verboden en Paulus met in zijn handen een eenrichtingsbord met daarop de tekst: Volg de levende GOD. Werkbeschrijving: Het is de bedoeling om het verbodsbord rood te maken en uit te knippen, vervolgens knip je ook de halve cirkels in het midden van het verbodsbord uit. (Ik heb het verbodsbord voor het gemak op rood karton geprint, maar dat hoeft niet). Knip ook Paulus uit en schuif vervolgens Paulus achter de middenstreep met de tekst langs. De benen komen weer voor de onderkant van de cirkel langs (zie foto) De kleurplaatversie van dit werkje kan eventueel ook gebruikt worden om zelf iets aan toe te voegen, zeker wanneer je de knutsel zou willen gebruiken voor andere afgoden, geld enz. Dan zou je binnen in het verbodsbord bijvoorbeeld plaatjes kunnen plakken, of tekstbalkjes waarop je de namen van afgoden zet, daarnaast kun je dan om het geheel heen, dus buiten het gebied van het verbodsbord weer beschrijvingen zetten van de levende God. O.a. Almachtig, Schepper, Hij maakt levend enz. Iedereen kan dat natuurlijk zelf bedenken. DOWNLOAD WERKBLAD 
Read more
Comments (0)
|
|
|
Geschreven door Holman, Alie
|
|
Knutselen
/ Bijbelverhalen
|
|
HTML clipboard
Dit knutselwerkje hoort bij het verhaal van Paulus en Silas in de gevangenis. Dit verhaal is terug te vinden in Handelingen 16 vanaf vers 16. Het is een erg mooi verhaal en het geeft heel duidelijk weer hoe belangrijk het is om in moeilijke momenten niet op te geven en God in alles te verhogen. Paulus en Silas gingen niet huilen in de gevangenis of mopperen zoals wij zouden hebben gedaan, ze werden ook niet boos, maar ze gingen bidden en lofliederen zingen, midden in de nacht waren de beide mannen aan het zingen. Iedereen kon het horen, de andere gevangenen luisterden ernaar en wat gebeurde er? God liet Zijn grootheid en almacht zien aan iedereen die daar was, er kwam een aardschok, de hele gevangenis trilde ervan en de boeien schoten los en de deuren gingen open. Eigenlijk kon iedereen dus vluchten, maar ze deden het niet. Dit is een Bijbelverhaal die we in de kinderbijbels zeker terug kunnen vinden, erg leuk om aan kinderen mee te geven en ook belangrijk om de kinderen te leren dat je God altijd kunt verhogen, als je het moeilijk hebt, ga maar zingen voor Hem, je zult zien dat alles anders wordt en voelt.

Het knutselwerkje is vrij eenvoudig te maken. Ten eerste natuurlijk de platen inkleuren. Ik heb zelf de muur even op gekleurd karton/papier geprint van 120 gram (action) want dat scheelt me veel inkleur werk. Kleur de muur in of print het op gekleurd karton/papier. In het midden van de grote gevangenisdeuren loopt een grijze lijn, knip deze lijn in en knip vervolgens links en rechts door tot aan de stippellijn aan de zijkanten van de deuren. Let op: Knip de stippellijnen niet in, want daar moet je de deuren vouwen zodat ze open komen te staan. (Zie voorbeeld op de foto.+ De achtergrond heb ik wel ingekleurd. Aan de zijkanten van de kleurplaten zitten plakstroken. Vouw de plakstroken naar achteren en lijm ze vervolgens achter de zijkanten van de muur. Zo komt de achtergrond rond te staan.
DOWNLOAD WERKBLAD

Read more
Comments (0)
|
|
|
Geschreven door Holman, Alie
|
|
Knutselen
/ Algemeen
|
|
Zie ook de kleurplaat
Ik ga op reis en ik neem mee….! Wat neem jij mee wanneer je op reis gaat? Dit knutselwerkje heb ik gemaakt met in mijn achterhoofd het reizen van ons als mensen in het leven. We gaan overal naartoe, we gaan op vakantie of op visite, we gaan een dagje uit, of misschien ergens logeren. Op deze reizen en vooral wanneer we op vakantie gaan dan slepen we van alles mee. We maken lijstjes en schrijven alles op zodat we niets kunnen vergeten. En dan nog vergeten we soms iets. Ieder jaar vergeten wijzelf iets, de ene keer zijn dat de jassen en een andere keer onderdelen van de partytent en we zijn zelfs een keer de bijbel vergeten mee te nemen. Erg dom, we hadden zoveel spullen bij ons en toch waren we vergeten om het woord van God mee te nemen. Gelukkig hadden we het allerbelangrijkste wel bij ons en dat was de Here God zelf, Hij woont namelijk in ons hart, Hem kunnen we niet vergeten. Maar we kunnen Hem wel links laten liggen omdat we het veel te druk hebben met onze eigen dingen, met de leuke dagjes uit, het is dus belangrijk om te weten dat we de Heer altijd op de eerste plek hebben staan, dat we Hem niet aan de kant laten staan, dat we tot Hem blijven spreken, Hem blijven zoeken en Zijn woord in ons hart bewaren en natuurlijk dat we ook Zijn woord blijven lezen, niet alleen als we thuis zijn, maar ook wanneer we ergens anders naartoe gaan.

Je kunt dit werkje natuurlijk ook betrekken op het reizen in het leven. We reizen naar boven, naar de hemel en we slepen tijdens ons leven van alles mee. Vaak dingen die we hebben meegemaakt en niet goed achter ons kunnen laten liggen. Het is heel belangrijk om in de reis van het leven, de reis naar de hemel het woord van God mee te nemen. Om Zijn woorden te volgen, want Hij zal ons de weg wijzen. Hij vertelt ons hoe we in de hemel kunnen komen in Zijn woord, de bijbel. Daarom is het heel belangrijk om die bijbel te lezen, om er uit te leren en het is natuurlijk ook heel belangrijk dat de Here Jezus met ons meereist. Hij wil dat heel graag, wanneer Hij in je hart mag komen wonen, zal Hij met je meegaan op elke reis die jij maakt, zorg ervoor dat je aan Hem de weg vraagt en Zijn woord, de bijbel, in alles volgt. Ik heb zelf bij dit knutselwerkje het kinderverhaal Ik ga op reis en ik neem mee gebruikt. Dit knutselwerkje bestaat uit een auto die natuurlijk ingekleurd kan worden en vervolgens buitenom uitgeknipt. Vervolgens de vlakken in de twee autoramen uitknippen. Op het tweede blad staan de jongen en het meisje en de set met bagage. Kleur dit ook in en knip het uit. Plak nu de bagage bovenop de auto, met de plakstrook achter de imperial. Plak de jongen en het meisje achter de raampjes. Bij de bagage zie je natuurlijk de bijbel, want die nemen we zeker mee!
-----------------------------------------------------------------------------------------------
EENVOUDIGE VERSIE
Deze versie is voor kleinere kinderen. De kinderen kunnen de stippellijn bovenop de auto openprikken met een prikpen of openknippen en vervolgens een bagage pakket rondom uitprikken of knippen. Natuurlijk alles inkleuren en dan het pakket in de gleuf schuiven en vastlijmen. Nu kunnen de kinderen ook nog de weg erop tekenen en bijvoorbeeld een lucht of boom enz. Er zijn wel wat mogelijkheden.
DOWNLOAD WERKBLAD - EENVOUDIG 
---------------------------------------------------------------------------------------------
DOWNLOAD WERKBLAD - NIET MOEILIJK NIET MAKKELIJK 
---------------------------------------------------------------------------------------------
DOWNLOAD WERKBLAD - MOEILIJK 
---------------------------------------------------------------------------------------
Read more
Comments (0)
|
|
|
Geschreven door Holman, Alie
|
|
Knutselen
/ Bijbelverhalen
|
|
Dit werkje hoort bij handelingen 16 vanaf vers 4 t/m 15
Zie ook de kleurplaat
Het verhaal vertelt van Paulus die op reis gaat langs de diverse plaatsen om het woord van God te brengen. In Troas kreeg Paulus een visioen, dat is een soort droom en hij zag een man die hem riep om naar Macedonië te komen om hen te helpen. Paulus bedacht zich niet en hij en de mensen die met hem meegingen op zijn reizen zagen het als de roep van God en ze gingen erheen om te helpen. Ik ga het hele verhaal hier niet uitwerken, ik heb dit werkje op verzoek van iemand gemaakt en wat ik zelf graag mee zou willen geven bij dit werkje is dat het belangrijk is om te luisteren naar de stem van God. Of Hij nu via een visioen tot je spreekt of je hoort Zijn stem in je hart of in je hoofd, als Hij jou roept kom jij dan om te helpen? Het is belangrijk dat we Zijn stem horen en komen wanneer mensen hulp nodig hebben, laten we helpen en van Gods woorden spreken zodat mensen hun hart openen. Paulus en de mensen die met hem waren gingen op weg naar Macedonië en vertelden daar van God en Lydia een verkoopster in purperstoffen opende haar hart en zij en de mensen uit haar huis lieten zich zelfs dopen, dat is een bijzonder mooi verhaal.
 Het is de bedoeling dat de basisplaat wordt ingekleurd en dat vervolgens het mannetje op het andere blad wordt ingekleurd en uitgeknipt, ook de drie stroken met tekst kunnen worden ingekleurd en uitgeknipt. Plak dit nu in de droomwolk boven Paulus.
DOWNLOAD WERKBLAD 
Read more
Comments (0)
|
|
|
Geschreven door Holman, Alie
|
|
Bijbelverhalen
/ Voor 6-12 jaar
|
|
Hé Rick heb jij je koffer al ingepakt, roept vader naar boven? Rick kijkt verontwaardigd naar beneden, natuurlijk wel, roept hij. Ik had gisteren mijn koffer al klaarstaan. Is goed, zegt vader, maar ik vraag het voor de zekerheid, want als we eenmaal weggereden zijn en jij je bedenkt dat je iets vergeten bent dan rijden we niet meer terug. Nee, roept Marloes ineens. Ze komt haar slaapkamer uitgelopen en geeft haar broer een stomp. We gaan voor jou niet terug naar huis, dus kijk goed of je alles hebt. Ja ja moppert Rick, ik kijk nog wel even goed. Papa en mama gaan verder met hun werkzaamheden. Ze brengen van alles naar de auto. De tenten moeten mee, de slaapmatten moeten mee, de slaapzakken mogen ze ook niet vergeten want anders hebben ze een probleem, er moet zoveel mee, zoveel…! Als ze maar niets vergeten. Wanneer papa en mama alles spullen die beneden staan in de auto hebben gepropt, zijn de spullen van Marloes en Rick aan de beurt. Papa loopt weer naar de trap en roept naar boven, Rick spullen brengen, Marloes jij ook.! Rick rent naar beneden met zijn koffer en brengt het snel naar de auto toe en hij kijkt verbaasd naar de volle auto. Pfft, de auto is helemaal volgepropt er past nu al bijna niks meer bij. Hoe moet dat nu? Hij rent weer naar boven om de rest te halen. Marloes loopt naar Rick toe en ze zegt, Rick heb jij onze kinderbijbel meegenomen? Kinderbijbel?, Rick kijkt verbaasd naar Marloes, dat kan niet hoor zegt Rick, er is geen plek meer voor een bijbel, mijn koffer was propvol en de auto ook. Maar we hebben wel een kinderbijbel nodig, zegt Marloes, ach… we redden ons zo ook wel, mompelt Rick. Maar Rick… zegt Marloes aarzelend, Rick nemen we de Here Jezus ook mee? De Here Jezus, zegt Rick boos, waar moet Hij zitten dan? De auto is ontzettend vol, boordevol met slaapzakken en slaapmatjes en tenten, dat is onmogelijk. Marloes haalt haar schouders op, ze weet het ook niet meer, misschien heeft Rick gelijk, ze zal zelf eens gaan kijken in de auto of er nog plek is. Als ze bij de auto komt ziet ze het gelijk… nergens is plek, de auto is helemaal vol, alleen boven op de auto kunnen nog wat spullen liggen, maar dan houdt het toch echt op. Marloes haar spullen worden de auto ingestopt en dan zijn ze eindelijk zover om weg te gaan… op reis. Het wordt een lange reis, ze rijden eerst een heel eind over de snelwegen en vervolgens komen ze over hobbelwegen, de kinderen vinden er niets aan. Papa begint weer vragen te stellen, Rick heb jij je slaapzak wel mee? Ja hoor, mompelt Rick. Marloes ben jij ook niks vergeten, vraagt moeder nu ook. Nee hoor ik heb echt alles, zegt Marloes. Heb je je tandenborstel wel mee?, vraagt moeder voor de zekerheid. Oef tandenborstel? Nee die is Marloes vergeten, ze krijgt een kleur als vuur. Gelukkig is dat niet zo duur, zegt moeder, die moeten we daar dan maar kopen. Het belangrijkste hebben we wel meegenomen. Ja… het snoep, roept Rick blij, daar heb ik zin in. Dat bedoel ik niet, zegt moeder. Oh… je bedoelt natuurlijk onze tenten. Nee… zegt moeder, ik bedoel de Here Jezus. Dat kun je schudden mama, zegt Marloes plotseling heel bedrukt, die hebben we maar thuisgelaten, volgens Rick was er geen plaats. Vader kijkt verbaasd achterom, geen plaats voor de Here Jezus om met ons mee te gaan? En de kinderbijbel dan, vraagt moeder, hebben jullie die wel mee? Nee zegt Rick, mijn koffer zat al veel te vol, ik wilde mijn computerspelletje ook mee, de bijbel paste er niet meer in. Vader kijkt nog een keer achterom, hij kijkt niet blij. Hoe kun je nu op reis gaan zonder de bijbel, moppert vader, wat moet je dan als je even niet meer weet hoe het verder moet? Dan kun je nooit over de Here Jezus lezen en nooit kijken wat Hij voor je wil doen. Rick kijkt naar zijn knieën, hij durft niet naar papa en mama te kijken en Marloes doet net alsof ze het niet snapt en kijkt snel naar buiten. Ik ben blij dat ik het belangrijkste wel mee heb genomen, zegt moeder. Het snoep, vraagt Rick? Nee Rick, niet het snoep maar de Here Jezus. Marloes kijkt naar achteren, naar de kofferbak, dat kan toch helemaal niet. Waar dan, vraagt Marloes? In mijn hart, zegt moeder. Ja zegt vader, de Here Jezus heeft een speciaal plaatsje, je hoeft Hem niet in de kofferbak te proppen en niet in een koffer en zeker niet bovenop de auto of in een aanhangwagen. De Here Jezus heeft het mooiste plaatsje in jouw leven en dat is jouw hart. Woont de Here Jezus al in jouw hart Marloes? Marloes heeft een vuurrood hoofd, ze snapt er niks van, hoe moet dat dan? Hoe kan Hij dan in haar hart komen? Rick heb jij de Here Jezus al in jouw hart wonen, vraagt moeder? Nee Rick heeft daar nooit over nagedacht, ook hij snapt niet hoe dat kan. Hoe dan, hoe moet dat dan, vraagt Rick. Gewoon vragen Rick, gewoon vragen of de Here Jezus wil komen om in je hart te wonen, dan zal Hij dat zeker doen en dan is Hij altijd bij je. Dat is handig, zegt Marloes blij, dan gaat Hij altijd met ons mee, zelfs als we naar Spanje gaan, of naar Turkije. Ja overal heen, zegt moeder, Hij gaat zelfs mee naar school. Willen jullie de Here Jezus ook in jullie hart? Natuurlijk willen ze dat, papa zoekt een parkeerplaats op om even te stoppen. Wanneer ze een parkeerplaats gevonden hebben gaan ze samen vragen of de Here Jezus wil komen om bij Rick en Marloes te wonen en weet je…. Hij kwam echt, is dat niet fijn? Ik vind van wel!!!! Read more
Comments (0)
|
|
|
Geschreven door Holman, Alie
|
|
Knutselen
/ Algemeen
|
|
HTML clipboard
Dit knutselwerkje heb ik gemaakt met in mijn achterhoofd het verschil tussen de mensen en kinderen. Iedereen is anders. De één heeft een grote neus, de ander praat misschien een beetje vreemd. Ik denk dat kinderen net als ons grote mensen wel kijken naar andere kinderen en dat zij bepaalde dingen zien. Kinderen zeggen alles en flappen dat er zomaar uit, zonder te beseffen hoeveel pijn dat bij andere kinderen kan doen. Het is belangrijk dat ze leren dat ieder kind en iedere man of vrouw waardevol is. Iedereen is anders en toch houdt de Here God van ons. Natuurlijk zien de kinderen dingen bij andere kinderen, wij als volwassenen zien dat ook en ik weet van mezelf dat ik dan kijk en gelijk denk, hmmm wat heeft die man een dikke neus.

Maar zal de Here God ook zo kijken naar ons? Zal Hij ook zo denken of houdt Hij van ons zoals we zijn? Mogen we met zekerheid zeggen dat Hij van ons houdt? Wanneer je aan de kinderen vraagt of zij iemand kennen die anders is, dan weten ze vast wel iemand op te noemen. Maar zelfs als je een kind van de Here Jezus bent ben je anders en waarom ben je anders? Niet vanwege de buitenkant, maar vanwege de binnenkant. Je hart is van Hem, Hij woont in jouw hart en jij bent Zijn kind. Dat moet ook te zien zijn aan de dingen die je doet. Ik heb aan de kinderen van de zondagschool het kinderverhaal Jezus houdt van iedereen voorgelezen en vervolgens aan hen gevraagd of zij ook iemand kenden die anders is, daarna heb ik gevraagd hoe de Here Jezus naar ons kijkt en alle kinderen waren ervan overtuigd dat de Here Jezus niet keek naar de vreemde benen en de buitenkant, ze wisten allemaal stuk voor stuk dat de Here Jezus naar het hart kijkt en dat Hij van iedereen houdt. Iedereen mag bij Hem horen, je hoeft het alleen maar te vragen.

Het knutselwerkje bestaat uit een gezicht en een lichaam. Het lichaam heeft grote voeten, korte benen en buik, een groot hoofd met grote oren en armen met handen achter de oren langs. Op het hoofd staat de tekst: Heb jij het al gehoord? Jezus houdt van iedereen, dus ook van mij! Het is de bedoeling dat het gezicht door de kinderen afgemaakt wordt, daar moet nog een neus op getekend of geplakt worden, kinderen kunnen oorbellen maken enz. Het lichaam moet ingekleurd worden en ook dat kunnen ze weer zo vreemd mogelijk maken, het is natuurlijk de bedoeling dat ze iemand maken waarvan zijzelf vinden dat die anders is. Dus maak het leuk, knip het gezicht uit en plak het linkeroor op het linkeroor van het lichaam. Nu zie je dus als je het gezicht naar voren klapt de tekst. Het poppetje kan ook uitgeknipt worden maar dat hoeft niet, de kinderen bij ons op de zondagschool hebben het niet uitgeknipt. Wij hebben de haren met propjes crêpe papier gemaakt. Op de foto ziet u onze fantasie van iemand die anders is. Mijn zoon heeft gezorgd voor een bril, beugel, snor, puntneus, vlammen op de schoenen.
DOWNLOAD WERKBLAD

Read more
Comments (0)
|
|
|
Geschreven door Holman, Alie
|
|
Bijbelverhalen
/ Voor peuters en kleuters
|
|
Ik ben zat van al die flauwe spelletjes, zegt Jannes nadat hij met Kiran een kwartetspel heeft gespeeld, ik wil nu wel eens iets anders doen. Iets anders? Wat dan?, vraagt Kiran. Nou we kunnen toch ook een verhaal naspelen zegt Jannes, bijvoorbeeld het verhaal van de verloren zoon, ach nee zegt Kiran dan moet ik zeker de vader zijn en jou omhelzen, dat zie ik niet zitten, laten we dan een ander verhaal bedenken. Nou zegt Jannes, op school hadden we het verhaal van Petrus. Ja Petrus, roept Kiran, Petrus liep op het water, ik wil Petrus zijn, zeker weten. Is goed zegt Jannes, dan speel ik Jezus. Vader en moeder kunnen ook wel meedoen, dan zijn zij de discipelen. Dat is een prachtig plan, Jannes loopt gelijk naar vader en moeder toe om ze te vragen. Natuurlijk zijn vader en moeder verbaasd en ze hebben niet zoveel zin, maar Jannes blijft maar doorzeuren, net zolang tot ze ja zeggen. Maar…, zegt moeder, dan moeten jullie het wel hier beneden doen en jullie moeten je ook verkleden, want Petrus en Jezus hadden vast lange jurken aan. Geen probleem zegt Jannes, we trekken gewoon jullie badjassen aan. Snel rent hij naar boven om Kiran te roepen en om zich om te kleden. Even later komen de jongens naar beneden, Jannes draagt een witte badjas en Kiran een roze. Ze zien er erg leuk en grappig uit. De bank is de boot roept Kiran en hij gaat bij vader en moeder op de bank zitten. Jannes jij moet door de deur aankomen lopen. Jannes gaat snel naar de gang. Vader en moeder beginnen heen en weer te bewegen op de bank. Houd daar eens mee op roept Kiran, nee Kiran het stormt roept vader. Ja zegt moeder, er zijn hoge golven, dat zie je toch wel. Oh ja, Kiran snapt het en begint ook wild te bewegen, dan kijkt hij naar de kamerdeur en hij roept: Wie zie ik daar in de verte, zien jullie het ook vrienden? Ja roepen vader en moeder tegelijk, het lijkt wel een spook. Jannes komt de kamer binnenlopen en roept heel boos, ik speel de Here Jezus, ik ben geen spook. Jawel, zegt Kiran je lijkt wel een spook. Nee roept Jannes, ik ben het, ik ben Jezus. Oh ja nu zien wij het ook roepen vader en moeder, Jezus Jezus. Maar Jezus wat doe jij daar? Ik loop op het water, roept Jezus. Dat wil ik ook: roept Petrus. Kom dan maar, roept Jannes luid. Vader en moeder slaan verschrikt hun handen voor hun mond en roepen, nee dat is eng, maar Petrus bedenkt zich niet en loopt naar Jezus toe. Hij loopt zo snel, dat Jannes roept, nu moet je wel zinken Petrus. Ik hoef helemaal niet te zinken, roept Petrus, dat kan hier ook niet want dit is een vloer. Dan doe je maar net alsof, zegt Jannes. Nee hoor, zegt Petrus, maar ineens struikelt hij over zijn badjas en daar ligt Petrus op de vloer, help roept hij, help. Jannes loopt op hem af en zegt, ja dat heb je er nu van, dan moet je maar uitkijken waar je loopt. Ho ho, roepen vader en moeder, dat zou de Here Jezus nooit gezegd hebben. Maar ik wel, zegt Jannes. Nou dat hoort niet zo dan klopt het verhaal niet meer, zegt vader, de Here Jezus hielp Petrus weer omhoog. Jannes wordt boos, ik niet, zegt hij. Moeder zegt, maar Jannes jij speelt de Here Jezus dus jij moet Kiran omhoog trekken en dan moeten jullie samen in de boot klimmen. Jannes twijfelt, hij kijkt nog steeds boos. Vader zegt, zonder Petrus kom jij niet in de boot Jannes. Dan steekt Jannes toch maar snel zijn hand uit naar Kiran en trekt hem omhoog, samen lopen ze naar de boot en maken een enorme sprong, daar liggen ze languit over vader en moeder heen op de bank. Zo nu zijn jullie veilig in de boot. Ja zegt Petrus en gelukkig zit Jezus bij ons in de boot, ja gelukkig wel, zegt vader, nu hoeven we niet meer bang te zijn. Inderdaad, vader heeft groot gelijk, als de Here Jezus bij je is hoef je niet meer bang te zijn, ook niet als het stormt en ook niet als het waait, nooit!!!!! Read more
Comments (0)
|
|
|
Geschreven door Holman, Alie
|
|
Bijbelverhalen
/ Voor peuters en kleuters
|
|
Met haar mooie roze prinsessenjurkje staat de kleine prinses te zwaaien. Ze heeft een kroontje op haar hoofd en een stafje in haar handje. Ze zwaait naar de kleine jongen die aan komt lopen. Wanneer de jongen vlakbij haar is zegt ze op een kordate toon tegen hem: Buig eens voor mij! De kleine jongen kijkt haar verontwaardigd aan en zegt: Geen haar op mijn hoofd die er aan denkt, ik buig helemaal niet voor jou, bekijk het maar. Kom… laten we maar gewoon gaan spelen, zegt hij vrolijk lachend. Nee nee, zegt de kleine meid, je moet eerst buigen, dat hoort zo. Waarom hoort dat zo, vraagt de jongen, jij buigt toch ook niet voor mij? Nee dat is waar zegt het kleine meisje, maar jij bent ook geen prins, maar ik… ik ben een prinses, een echte prinses. Hoe weet je dat, vraagt de jongen, dat weet je nooit, ik geloof er niks van. En toch is het zo, zegt het meisje, mijn vader en moeder hebben het me zelf verteld, dus buig nu maar snel, dan kunnen we spelen. Hmmmm… de jongen heeft er helemaal geen zin meer in, buigen voor een meisje, nooit niet…, hij draait zich om en loopt weg. Wat ga je nu doen, roept het meisje verbaasd. Ik ga naar huis zegt de jongen, ik ga op zoek naar een ander vriendje of vriendinnetje die wel wil spelen. Ik wil ook spelen, zegt het meisje, één keer buigen is genoeg. Nu hoeft het niet meer, roept de jongen, ik zoek nu wel iemand anders, ik buig niet voor een meisje, ik buig alleen voor God. Verdrietig loopt het kleine meisje naar huis, dikke tranen lopen over haar wangen, als ze het paleis binnen komt lopen komt haar moeder verschrikt naar haar toe. Wat is er aan de hand, vraagt ze aan haar prinsesje. Mama, snikt het meisje, mama ik wilde met een jongen spelen en vroeg hem om te buigen, maar hij wou niet buigen, hij wou alleen maar buigen voor God. Hij had wel een beetje gelijk Sara, zegt moeder, jij voelt je een prinsesje en je bent een prinsesje, maar jij bent ook een gewoon meisje, zorg dat je gewoon blijft, dan willen kinderen met je spelen, maar als jij je hoger en beter voelt dan een ander, dan spelen ze liever met iemand anders. Begrijp je dat een beetje Sara?, vraagt moeder zacht. Ja hoor, roept Sara, ze gooit haar kroontje en haar stafje naar mama toe, die heb ik niet meer nodig zegt ze. Ze opent de deur en ze rent zo hard ze kan over de grote oprijlaan, door de straten op weg naar het huis van het kleine jongetje. Op haar teentjes staat ze bij de deur en drukt op de bel. Voorzichtig opent de kleine jongen de deur en kijkt boos naar het kleine meisje. Ga maar weer weg, ik buig toch niet voor je, roept hij boos. Dat hoeft ook niet zegt Sara, ik ben ook maar een gewoon meisje. Oh, ik dacht dat je een prinses was, moppert de jongen, dus je hebt gelogen? Nee ik heb niet gelogen zegt Sara, maar ik wel net zo graag en net zo leuk spelen als een gewoon meisje. Kom je dan nu spelen?, vraagt Sara met haar allerliefste stemmetje, je hoeft niet te buigen. Het jongetje zucht opgelucht, oké ik kom spelen, zegt het jongetje. Samen lopen ze door de straten, vrolijk lachend. Het kleine meisje vergeet helemaal dat ze een prinsesje is, ze speelt als ieder ander kind en als ze naar huis moet om te eten, heeft ze moddervlekken in haar dure prinsessenjurk en modderstrepen op haar gezicht en haar handjes en voetjes zijn zo vies, zo vreselijk vies zelfs het jongetje schrikt er van. Jij bent een prinsesje van niks, zegt hij, je lijkt wel een gewoon kind. Dank je wel, zegt Sara vrolijk en ze gaat huppelend naar huis, zo blij is ze. Read more
Comments (0)
|
|
JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL
|
Allernieuwste kleurplaten
|
| |