|
Juli 2010
|
Geschreven door Holman, Alie
|
|
Bijbelverhalen
/ Voor peuters en kleuters
|
|
Ik ben zat van al die flauwe spelletjes, zegt Jannes nadat hij met Kiran een kwartetspel heeft gespeeld, ik wil nu wel eens iets anders doen. Iets anders? Wat dan?, vraagt Kiran. Nou we kunnen toch ook een verhaal naspelen zegt Jannes, bijvoorbeeld het verhaal van de verloren zoon, ach nee zegt Kiran dan moet ik zeker de vader zijn en jou omhelzen, dat zie ik niet zitten, laten we dan een ander verhaal bedenken. Nou zegt Jannes, op school hadden we het verhaal van Petrus. Ja Petrus, roept Kiran, Petrus liep op het water, ik wil Petrus zijn, zeker weten. Is goed zegt Jannes, dan speel ik Jezus. Vader en moeder kunnen ook wel meedoen, dan zijn zij de discipelen. Dat is een prachtig plan, Jannes loopt gelijk naar vader en moeder toe om ze te vragen. Natuurlijk zijn vader en moeder verbaasd en ze hebben niet zoveel zin, maar Jannes blijft maar doorzeuren, net zolang tot ze ja zeggen. Maar…, zegt moeder, dan moeten jullie het wel hier beneden doen en jullie moeten je ook verkleden, want Petrus en Jezus hadden vast lange jurken aan. Geen probleem zegt Jannes, we trekken gewoon jullie badjassen aan. Snel rent hij naar boven om Kiran te roepen en om zich om te kleden. Even later komen de jongens naar beneden, Jannes draagt een witte badjas en Kiran een roze. Ze zien er erg leuk en grappig uit. De bank is de boot roept Kiran en hij gaat bij vader en moeder op de bank zitten. Jannes jij moet door de deur aankomen lopen. Jannes gaat snel naar de gang. Vader en moeder beginnen heen en weer te bewegen op de bank. Houd daar eens mee op roept Kiran, nee Kiran het stormt roept vader. Ja zegt moeder, er zijn hoge golven, dat zie je toch wel. Oh ja, Kiran snapt het en begint ook wild te bewegen, dan kijkt hij naar de kamerdeur en hij roept: Wie zie ik daar in de verte, zien jullie het ook vrienden? Ja roepen vader en moeder tegelijk, het lijkt wel een spook. Jannes komt de kamer binnenlopen en roept heel boos, ik speel de Here Jezus, ik ben geen spook. Jawel, zegt Kiran je lijkt wel een spook. Nee roept Jannes, ik ben het, ik ben Jezus. Oh ja nu zien wij het ook roepen vader en moeder, Jezus Jezus. Maar Jezus wat doe jij daar? Ik loop op het water, roept Jezus. Dat wil ik ook: roept Petrus. Kom dan maar, roept Jannes luid. Vader en moeder slaan verschrikt hun handen voor hun mond en roepen, nee dat is eng, maar Petrus bedenkt zich niet en loopt naar Jezus toe. Hij loopt zo snel, dat Jannes roept, nu moet je wel zinken Petrus. Ik hoef helemaal niet te zinken, roept Petrus, dat kan hier ook niet want dit is een vloer. Dan doe je maar net alsof, zegt Jannes. Nee hoor, zegt Petrus, maar ineens struikelt hij over zijn badjas en daar ligt Petrus op de vloer, help roept hij, help. Jannes loopt op hem af en zegt, ja dat heb je er nu van, dan moet je maar uitkijken waar je loopt. Ho ho, roepen vader en moeder, dat zou de Here Jezus nooit gezegd hebben. Maar ik wel, zegt Jannes. Nou dat hoort niet zo dan klopt het verhaal niet meer, zegt vader, de Here Jezus hielp Petrus weer omhoog. Jannes wordt boos, ik niet, zegt hij. Moeder zegt, maar Jannes jij speelt de Here Jezus dus jij moet Kiran omhoog trekken en dan moeten jullie samen in de boot klimmen. Jannes twijfelt, hij kijkt nog steeds boos. Vader zegt, zonder Petrus kom jij niet in de boot Jannes. Dan steekt Jannes toch maar snel zijn hand uit naar Kiran en trekt hem omhoog, samen lopen ze naar de boot en maken een enorme sprong, daar liggen ze languit over vader en moeder heen op de bank. Zo nu zijn jullie veilig in de boot. Ja zegt Petrus en gelukkig zit Jezus bij ons in de boot, ja gelukkig wel, zegt vader, nu hoeven we niet meer bang te zijn. Inderdaad, vader heeft groot gelijk, als de Here Jezus bij je is hoef je niet meer bang te zijn, ook niet als het stormt en ook niet als het waait, nooit!!!!! Read more
Comments (0)
|
|
|
Geschreven door Holman, Alie
|
|
Bijbelverhalen
/ Voor peuters en kleuters
|
|
Met haar mooie roze prinsessenjurkje staat de kleine prinses te zwaaien. Ze heeft een kroontje op haar hoofd en een stafje in haar handje. Ze zwaait naar de kleine jongen die aan komt lopen. Wanneer de jongen vlakbij haar is zegt ze op een kordate toon tegen hem: Buig eens voor mij! De kleine jongen kijkt haar verontwaardigd aan en zegt: Geen haar op mijn hoofd die er aan denkt, ik buig helemaal niet voor jou, bekijk het maar. Kom… laten we maar gewoon gaan spelen, zegt hij vrolijk lachend. Nee nee, zegt de kleine meid, je moet eerst buigen, dat hoort zo. Waarom hoort dat zo, vraagt de jongen, jij buigt toch ook niet voor mij? Nee dat is waar zegt het kleine meisje, maar jij bent ook geen prins, maar ik… ik ben een prinses, een echte prinses. Hoe weet je dat, vraagt de jongen, dat weet je nooit, ik geloof er niks van. En toch is het zo, zegt het meisje, mijn vader en moeder hebben het me zelf verteld, dus buig nu maar snel, dan kunnen we spelen. Hmmmm… de jongen heeft er helemaal geen zin meer in, buigen voor een meisje, nooit niet…, hij draait zich om en loopt weg. Wat ga je nu doen, roept het meisje verbaasd. Ik ga naar huis zegt de jongen, ik ga op zoek naar een ander vriendje of vriendinnetje die wel wil spelen. Ik wil ook spelen, zegt het meisje, één keer buigen is genoeg. Nu hoeft het niet meer, roept de jongen, ik zoek nu wel iemand anders, ik buig niet voor een meisje, ik buig alleen voor God. Verdrietig loopt het kleine meisje naar huis, dikke tranen lopen over haar wangen, als ze het paleis binnen komt lopen komt haar moeder verschrikt naar haar toe. Wat is er aan de hand, vraagt ze aan haar prinsesje. Mama, snikt het meisje, mama ik wilde met een jongen spelen en vroeg hem om te buigen, maar hij wou niet buigen, hij wou alleen maar buigen voor God. Hij had wel een beetje gelijk Sara, zegt moeder, jij voelt je een prinsesje en je bent een prinsesje, maar jij bent ook een gewoon meisje, zorg dat je gewoon blijft, dan willen kinderen met je spelen, maar als jij je hoger en beter voelt dan een ander, dan spelen ze liever met iemand anders. Begrijp je dat een beetje Sara?, vraagt moeder zacht. Ja hoor, roept Sara, ze gooit haar kroontje en haar stafje naar mama toe, die heb ik niet meer nodig zegt ze. Ze opent de deur en ze rent zo hard ze kan over de grote oprijlaan, door de straten op weg naar het huis van het kleine jongetje. Op haar teentjes staat ze bij de deur en drukt op de bel. Voorzichtig opent de kleine jongen de deur en kijkt boos naar het kleine meisje. Ga maar weer weg, ik buig toch niet voor je, roept hij boos. Dat hoeft ook niet zegt Sara, ik ben ook maar een gewoon meisje. Oh, ik dacht dat je een prinses was, moppert de jongen, dus je hebt gelogen? Nee ik heb niet gelogen zegt Sara, maar ik wel net zo graag en net zo leuk spelen als een gewoon meisje. Kom je dan nu spelen?, vraagt Sara met haar allerliefste stemmetje, je hoeft niet te buigen. Het jongetje zucht opgelucht, oké ik kom spelen, zegt het jongetje. Samen lopen ze door de straten, vrolijk lachend. Het kleine meisje vergeet helemaal dat ze een prinsesje is, ze speelt als ieder ander kind en als ze naar huis moet om te eten, heeft ze moddervlekken in haar dure prinsessenjurk en modderstrepen op haar gezicht en haar handjes en voetjes zijn zo vies, zo vreselijk vies zelfs het jongetje schrikt er van. Jij bent een prinsesje van niks, zegt hij, je lijkt wel een gewoon kind. Dank je wel, zegt Sara vrolijk en ze gaat huppelend naar huis, zo blij is ze. Read more
Comments (0)
|
|
|
Geschreven door Holman, Alie
|
|
Bijbelverhalen
/ Voor peuters en kleuters
|
|
Hebben jullie het wel gezien? Vraagt Miranda aan haar vriendjes Jans en Pieter. Wat gezien, vraagt Jans. Hebben jullie wel gezien dat er een nieuw meisje in de straat is komen wonen?, vraagt Miranda. Nee dat is me niet opgevallen zegt Jans, maar is ze een beetje leuk? Nou ja leuk, ik weet het niet zegt Miranda. Hoezo ik weet het niet, zegt Pieter, of heb je haar nog niet gesproken? Nee ik heb haar nog niet gesproken, mompelt Miranda en dat ben ik ook zeker niet van plan. Hoezo? Vraagt Pieter verbaasd, kijkt ze soms boos? Nee hoor zegt Miranda, dat is het niet. Wat is er dan met haar aan de hand?, vraagt Jans nu ook ongeduldig, vertel het dan Miranda, wat is er met dat nieuwe kind aan de hand?. Nou ja… zegt Miranda, ze is eh, hoe zal ik het zeggen, ze is een beetje gek, of nee, misschien ook niet gek, maar ze is wel anders. Anders zegt Pieter, doet ze raar of zo, heeft ze pukkels, of van die kleine wratjes op haar handen? Nee ook niet, ze heeft gewoon hele gekke oren, tjonge die zijn best groot. Flaporen dus, zegt Jans spontaan, als dat alles is, nou wat is daar nou zo erg aan? Niks zegt Miranda aarzelend, maar bij haar zijn ze wel heel groot hoor. Ach zegt Pieter maar ik heb platvoeten, dus ik ben ook anders, maar je speelt toch ook met mij? Ja dat is zo zegt Miranda, maar jouw voeten zie je niet, die zitten verstopt in je schoenen. Nou en, zegt Pieter, maar als ik op blote voeten ga lopen zie je het wel en dan ben ik nog steeds gewoon Pieter, ik blijf net zo leuk en net zo grappig en net zo raar als altijd en ik hoop dat je altijd mijn vriendinnetje blijft ook als ik met platvoeten rondloop die iedereen kan zien. Miranda begint wat tegen te spartelen, ja maar toch, heb je die mevrouw dan wel gezien die twee straten verderop woont? Dat vrouwtje heeft hele rare kromme benen. Ja Pieter heeft het wel gezien en begint te grinniken, hahaha grappig lijkt dat hè, zegt hij. Weet je zegt Pieter ik ken iemand die heeft allemaal pukkels op zijn hoofd en op die pukkels groeien zwarte haren. Ah jakkes, roept Miranda, dat kan toch niet? Daar wil ik niet mee praten hoor. Ik ook niet zegt Pieter. Jans heeft de hele tijd staan luisteren, hij is muisstil, hij schrikt een beetje van de verhalen van zijn vriendje en vriendinnetje. Hij begint voorzichtig te praten en zegt: Maar Miranda wist je wel, eh wist je wel dat ik ook anders ben? Jij anders? Vraagt Miranda verbaasd, ik zie helemaal niks vreemds aan jou. En toch ben ik anders, zegt Jans, ik ben een kind van de Here Jezus. Dat geeft toch niks, zegt Miranda dat ben ik ook. Ja maar Miranda, mompelt Jans, zou de Here Jezus ook zo over ons praten? Zou hij ook zeggen, goh wat doet die Jans daar, die peutert in zijn neus, wat een viespeuk. Of wat heeft Miranda daar, die heeft kromme benen als ze hardloopt. Dat zou toch gek zijn Miranda? De Here God heeft ons zelf gemaakt en ja we zijn allemaal anders, jij bent anders dan ik, en ik ben anders dan Pieter en er zijn mensen die gekke kleren dragen en gekke benen hebben, die wij lelijk vinden, dat klopt. We hebben allemaal wel iets wat een beetje vreemd is, maar als je een kind van de Here Jezus bent, dan ben je ook anders en dan moet je ook anders doen zodat iedereen het kan zien. Nou ik zie er niks van moppert Miranda. Jans is even stil en dan zegt hij: Maar toch ben ik anders en ik zal het je laten zien, waar woont dat nieuwe meisje? Verbaasd zegt Miranda, op nummer 35. Jans bedenkt zich niet en zegt tegen Pieter en Miranda, kom mee en hij loopt gelijk naar het huis van het nieuwe meisje en belt aan. De deur gaat open en in de deuropening staat een meisje met toch wel een beetje grote oren. Jans laat zich niet afschrikken en hij zegt gelijk tegen het meisje: Hallo ik ben Jans en dit zijn Miranda en Pieter, heb je zin om met ons te spelen? Verbaasd kijkt het meisje hen aan: Willen jullie met mij spelen?, vraagt ze. Ja hoor zegt Jans, we willen met je spelen. Blij gaat het meisje met de kinderen mee naar buiten, ze spelen de hele middag samen en het is erg leuk, wanneer ze vlak voor etenstijd het meisje naar huis brengen zijn ze het er allemaal over eens, het is een erg leuk meisje en ja ze heeft een beetje grote oren, maar dat maakt niks uit. God kijkt naar het hart van kinderen en dat moeten de kinderen zelf ook doen, niet kijken naar de buitenkant, maar kijken naar het hart.
Read more
Comments (0)
|
|
|
Allernieuwste kleurplaten
|
| |