Samuël: Hallo kinderen. Ik… ik ben een beetje verdrietig. Dat komt door Koning
Stem: Samuël, Samuël.
Samuël: Hé ik hoor iets, ik hoor iemand praten. Wie is dat?
Stem: Samuël, Samuël, Ik ben het, Ik ben het… God.
Samuël: Oh bent u het? Wat is er aan de hand, wat kan ik voor U doen?
Stem: Samuël stop eerst met dat gejammer over Saul en neem een hoorn met
Samuël: Naar Bethlehem? (kijkt de zaal in en doet verwonderd) Horen jullie
Stem: Ga op bezoek bij Isaï, één van zijn zonen zal ik laaaterrrr tot koning
Samuël: Maar God… straks komt Saul erachter en wordt hij boos, oh oh oh
Stem: Ga nou maar, het komt goed, echt waar, vertrouw maar op Mij.
Samuël: (doet wat onrustig en praat tegen de zaal)
Oh oh oh een jonge koe, dat is toch een kalfje? Maar waar vind ik een
Stem: Samuël, dat kalfje ga je offeren aan Mij. Heb je dat begrepen?
Samuël: Natuurlijk Here God, natuurlijk, ik ga snel op weg.
Volgens mij zie ik Bethlehem, daar…. in de verte. Oh en ehhh ik zie
(Isaï komt op.)
Isaï: Hoor ik mijn naam? Zoekt u mij? Wie bent u en wat wilt u van mij?
Samuël: Ik kom met een opdracht van God, ik moet één van jouw zonen
Isaï: Welke zoon? Ach weet u wat… ik zal de oudste alvast roepen.
(hij zet zijn handen aan zijn mond, voorzover mogelijk en roept:)
Eliab, Eliab, kom snel hier.
Eliab: (komt via de zijkant binnen)
Isaï: Eliab, deze man, de profeet Samuël wil even naar je kijken.
Samuël: Ja ik kom met een opdracht van God. Draai eens rond.
(Eliab maakt wat draaiende bewegingen vlakbij Samuël)
Wow Eliab je ziet er prachtig uit, je bent een knappe jongen,
Stem: (ineens klinkt de stem van God)
Samuël het gaat NIET om de buitenkant, echt niet.
Samuël: Maar Here God… hij is prachtig. Isaï heeft een knappe zoon.
Stem: Samuël, dit is niet de zoon die ik bedoel, Ik kijk naar het hart.
Isaï: Natuurlijk meneer de profeet, ik roep Abinadab voor u.
Samuël: Abi wie?
Isaï: Abinadab. Momentje….. Eliab, ga jij maar weg. (Eliab verdwijnt uit
(Abinadab komt oplopen)
Abinadab: Wat is er aan de hand….. waarom moet ik komen?
Samuël: (maakt afwijzende gebaren richting Abinadab) Nee deze is het niet,
Abinadab: Nu moet het niet gekker worden, kom ik helemaal hierheen en kan
Samma: (komt oplopen en kijkt om zich heen) Wat moet ik doen?
Samuël: Kom eens dichterbij en laat mij eens goed naar jou kijken?
(komt heel dichtbij Samuël staan en vraagt) Kunt u me zo goed zien?
Samuël: Nou nu kom je wel heeeeel dichtbij Samma…. maar eh jij bent
Isaï: Wat? Is de derde zoon van mij ook niet goed? Ik zal Sima even
Sima: Hallo vader en hé… hallo meneer de profeet. Ik hoorde net van
Samuël: Laat me even denken…. Hmmmmmm…. Nee ik weet het al….
Sima: Ja hoor Netanel is er ook nog en……
Samuël: (tegen Isaï) Roep Netanel maar en eh…. Je snapt het al… Sima je kunt
Sima: Ja dat had ik begrepen. Ik ga al…
Isaï: Pffft dit zijn wel toestanden zeg, maar als God het wil dan zet ik
Netanel: (Netanel komt binnen)
Hé vader had u al gehoord van…..
Isaï: Nee Netanel ik heb nog niks gehoord en we hebben geen tijd om te
Netanel: Oh geen probleem, die speciale jongen ben ik. Vast en zeker.
Samuël: Ja jij bent speciaal Netanel, maar…. volgens mij zoek ik toch
Netanel: Dus ik kan weer gaan?
Samuël: Ja sorry hoor, ik kan er ook niks aan doen.
Netanel: En moet ik dan misschien nog iemand sturen?
Isaï: Ja natuurlijk jongen, deze profeet moet van God één van jullie
Stuur je broer Raddai maar naar binnen en ga jij maar naar de
Raddai: (komt op) Ik hoorde van mijn broers dat u iemand zoekt. Ik ben het
Samuël: Nee volgens mij ben jij het ook niet. Ik snap er niks meer van.
Isaï: Nou in elk geval Osem meneer de profeet (hij kijkt naar Raddai)
Raddai, sorry jongen maar ga terug naar je broers…. ik roep Osem.
Osem: Hier ben ik al, wat moet ik doen?
Isaï: Loop eens heen en weer voor de profeet Samuël, laat jezelf maar
Samuël: (hoofdschuddend) Ik weet het niet meer hoor, het is zo gek allemaal,
Isaï: Al zeven.
Samuël: Zeven? Zoveel? En dit waren ze allemaal? Oh oh oh hoe moet dit
Isaï: (aarzelt wat) Nou…. Nou er is nog wel een zoon, maar die kan het
Samuël: Je bent wel goed genoeg voor God Osem, maar de jongen die ik
Isaï: Osem, je hebt het gehoord, ook jij bent het niet, ga David zoeken.
Osem: Maar vader, David loopt ergens ver weg met de schapen, dat is een
Isaï: Ga nou maar en stuur hem zo snel mogelijk hierheen. Als jij op
David: Osem ben jij dat? Hoor ik het goed? Zit je over mij te kletsen?
Osem: Nee hoor, ik zou niet durven. Nee toch mensen? (kijkt zaal in)
David: (David kijkt de zaal in en zegt:) Kletst Osem over mij?
Osem: Hahaha hilarisch… Dus jij beweert dat jij beren en leeuwen verslaat?
David: Ja dat beweer ik, je hoort het toch?
Osem: Ja ja, maar ik geloof er niks van. Maar eh…. Ik moet je van vader
David: Moet dat nu? Ik kan de schapen toch niet in de steek laten? Straks
Osem: Eventjes kan toch wel? Kom op David, laat die schapen maar even
David: Wat een gedoe, maar ik ga wel met je mee.
(Ze lopen richting Bethlehem, de kant op waar Osem vandaan kwam lopen)
Osem: Misschien moeten we vader en Samuël even roepen. Ze zijn daar
David: (duwt hem weg) Osem, stop met dat geschreeuw, ik krijg een piep in mijn
Osem: Nou dat is lekker ondankbaar. Pffft, ik ga al…
Isaï: Hé David, ben je er al?
David: Ja natuurlijk vader, ik moest toch komen?
Iaï: De profeet Samuël is gestuurd door God, hij wil je heel graag
Samuël: Ja laat mij jou maar eens heel goed bekijken.
Stem: Precies Samuël het gaat om het hart. Dit is de jongen die Ik zoek.
Samuël: (kijkt om zich heen) Is iedereen aanwezig dan kan ik hem zalven?
Isaï: Oh wacht even…. Broersssss willen jullie ook kijken…?
Samuël: (Doet oliekan omhoog boven het hoofd van David voorzover dat
Zo….. de olie over je hoofd. Wees gezalfd David.
David: Nou meneer de profeet dat was wel een beetje veel olie.
Samuël: Geeft niks David, nu ben je goed gezalfd. En eh, ik moet nu snel
David: En ik? Ik moet vlug terug naar de schapen om ze te beschermen.
Isaï: En wij gaan door met onze dagelijkse bezigheden.
Samuël: Dat lijkt me een goed plan. Ik ga alvast (hij verdwijnt uit beeld)
Isaï: Dat was snel, dan ga ik ook maar. Doei doei… toedeledoki…
(tegen de zaal).
David: Ben ik nu helemaal alleen overgebleven? Dan stop ik er ook maar
