advertentie google

Jona 4:1-11

Gelukkig had God de mensen van Ninevé vergeven, gelukkig hoefden ze niet te sterven voor de verkeerde dingen die ze hadden gedaan. Maar Jona was er niet blij mee, hij werd zelfs een beetje boos op God, omdat God Ninevé niet vernietigde. Dat was ook eigenlijk de reden dat Jona met een schip naar Tarsis was gevlucht. Hij had aldoor al gedacht dat God zich zou bedenken. Hij wist het wel. Daarom had hij geen zin gehad om in Ninevé te gaan vertellen dat God hen zou straffen, omdat hij gelijk al dacht dat God dat toch niet zou doen. Jona wist wel dat God een liefdevolle God was. Ja Jona was boos, heel boos, luister maar naar de rest van dit verhaal.

Daar zat de boze Jona. Hij had een hutje gemaakt buiten de stad en hij zat in de schaduw van zijn hutje te praten tot God. Hij had express het hutje gebouwd op een plek waar hij de stad goed kon zien, want Jona wou wel eens zien hoe God de stad vernietigde. Hij was erg benieuwd, maar natuurlijk gebeurde er niets, want God had spijt gekregen en Hij had de mensen van Ninevé alles vergeven. 

Jona mopperde tegen God, hij vertelde God dat hij boos was en God liet zomaar een wonderboom groeien, vlakbij Jona. Daar zat Jona lekker in de schaduw van de wonderboom. Jona werd weer blij door deze wonderboom, maar de volgende dag zorgde God voor een worm en weet je… die worm stak de wonderboom en de boom verdorde. Weg boom, weg schaduw en God zorgde ook nog voor een gloeiende wind en een felle zon. Dat was niet best, daar zat Jona, in de wind en felle zon en zonder schaduw. Jona vond het niet leuk, hij wilde liever sterven en dat zei hij ook tegen God.  God zei tegen Jona: Ben je boos om die wonderboom? Ja natuurlijk was Jona daar boos om, maar was dat eerlijk van Jona? Ik denk het niet.

De Here God zei: Je wilde de wonderboom graag houden. Je hebt helemaal niets voor die boom hoeven te doen. Die boom begon zonder jouw hulp te groeien. Die boom stond er zomaar ineens. In één nacht liet Ik die boom verschijnen en ook in één nacht ging die boom weer dood. Jij was blij met die boom en met de schaduw, je was er al aan gehecht, je had die boom graag willen houden. Dan is het toch ook logisch dat Ik Ninevé niet kwijt wilde, dan begrijp je toch wel dat ik Ninevé wilde redden? Ninevé is een grote stad en er wonen meer dan honderdtwintigduizend mensen.
God had gelijk. Hij leerde Jona een wijze les. Jona was boos over een wonderboom die er nog maar net stond en net zo snel weer verdween. Ninevé bestond al veel langer en die mocht wel vernietigd worden van Jona. God liet hem het verschil zien tussen een grote stad en een boom. Hij liet hem de waarde zien van de mensen van Ninevé. Ja… God had helemaal gelijk, gelukkig gaf God al die mensen een nieuwe kans, gelukkig maar.