advertentie google

 
 

Ik ben zat van al die flauwe spelletjes, zegt Jannes nadat hij met Kiran een kwartetspel heeft gespeeld, ik wil nu wel eens iets anders doen. Iets anders? Wat dan?, vraagt Kiran. Nou we kunnen toch ook een verhaal naspelen zegt Jannes, bijvoorbeeld het verhaal van de verloren zoon, ach nee zegt Kiran dan moet ik zeker de vader zijn en jou omhelzen, dat zieik niet zitten, laten we dan een ander verhaal bedenken. Nou zegt Jannes, op school hadden we het verhaal van Petrus. Ja Petrus, roept Kiran, Petrus liep op het water, ik wil Petrus zijn, zeker weten. Is goed zegt Jannes, dan speel ik Jezus. Vader en moeder kunnen ook wel meedoen, dan zijn zij de discipelen. Dat is een prachtig plan, Jannes loopt gelijk naar vader en moeder toe om ze te vragen. Natuurlijk zijn vader en moeder verbaasd en ze hebben niet zoveel zin, maar Jannes blijft maar doorzeuren, net zolang tot ze ja zeggen. Maar…, zegt moeder, dan moeten jullie het wel hier beneden doen en jullie moeten je ook verkleden, want Petrus en Jezus hadden vast lange jurken aan. Geen probleem zegt Jannes, we trekken gewoon jullie badjassen aan. Snel rent hij naar boven om Kiran te roepen en om zich om te kleden. Even later komen de jongens naar beneden, Jannes draagt een witte badjas en Kiran een roze. Ze zien er erg leuk en grappig uit. De bank is de boot roept Kiran en hij gaat bij vader en moeder op de bank zitten. Jannes jij moet door de deur aankomen lopen. Jannes gaat snel naar de gang. Vader en moeder beginnen heen en weer te bewegen op de bank. Houd daar eens mee op roept Kiran, nee Kiran het stormt roept vader. Ja zegt moeder, er zijn hoge golven, dat zie je toch wel. Oh ja, Kiran snapt het en begint ook wild te bewegen, dan kijkt hij naar de kamerdeur en hij roept: Wie zie ik daar in de verte, zien jullie het ookvrienden? Ja roepen vader en moeder tegelijk, het lijkt wel een spook. Jannes komt de kamer binnenlopen en roept heel boos, ik speel de Here Jezus, ik ben geen spook. Jawel, zegt Kiran je lijkt wel een spook. Nee roept Jannes, ik ben het, ikben Jezus. Oh ja nu zien wij het ook roepen vader en moeder, Jezus Jezus. Maar Jezus wat doe jij daar?
Ik loop op het water, roept Jezus. Dat wil ik ook: roept Petrus. Kom dan maar, roept Jannes luid. Vader en moeder slaan verschrikt hun handen voor hun mond en roepen, nee dat is eng, maar Petrus bedenkt zich niet en loopt naar Jezus toe. Hij loopt zo snel, dat Jannes roept, nu moet je wel zinken Petrus. Ik hoef helemaal niet te zinken, roept Petrus, dat kan hierook niet want dit is een vloer. Dan doe je maar net alsof, zegt Jannes. Nee hoor, zegt Petrus, maar ineens struikelt hij over zijn badjas en daar ligt Petrus op de vloer, help roept hij, help. Jannes loopt op hem af en zegt, ja dat heb je er nu van, dan moet je maar uitkijken waar je loopt. Ho ho, roepen vader en moeder, dat zou de Here Jezus nooit gezegd hebben. Maar ikwel, zegt Jannes. Nou dat hoort niet zo dan klopt het verhaal niet meer, zegt vader, de Here Jezus hielp Petrus weer omhoog. Jannes wordt boos, ik niet, zegt hij. Moeder zegt, maar Jannes jij speelt de Here Jezus dus jij moet Kiran omhoog trekken en dan moeten jullie samen in de boot klimmen. Jannes twijfelt, hij kijkt nog steeds boos. Vader zegt, zonder Petrus kom jij niet in de boot Jannes. Dan steekt Jannes toch maar snel zijn hand uit naar Kiran en trekt hem omhoog, samen lopen ze naar de boot en maken een enorme sprong, daar liggen ze languit over vader en moeder heen op de bank. Zo nu zijn jullie veilig in de boot. Ja zegt Petrus en gelukkig zit Jezus bij ons in de boot, ja gelukkig wel, zegt vader, nu hoeven we niet meer bang te zijn. Inderdaad, vader heeft groot gelijk, als de Here Jezus bij je is hoef je niet meer bang te zijn, ook niet als het stormt en ook niet als het waait, nooit!!!!!