advertentie google

Daar zitten ze op een bankje. Peter, Bart, Lian en Roos. 
Merijn komt ook aangelopen, hij is blij.
Weet je… zegt Merijn, het is al herfst. De blaadjes vallen van de bomen 
en als het herfst is krijg ik een winterjas en ik mag zelf kiezen. 
Oh wat cool, zegt Roos, ik wou dat ik een winterjas mocht kiezen. 
Nou…, zegt kleine Lian, maar als het winter is en het wordt koud, 
dan krijg ik een extra deken op mijn bed, een prachtige prinsessendeken. 
Nu wordt Roos toch wel een beetje stil. 
Bart begint ook te praten, ehhh als het voorjaar wordt, zegt hij heel stoer, 
dan krijg ik nieuwe schoenen voor de zomer. Stoere jongensschoenen 
waar ik superhard mee kan rennen. 
Roos wordt rood, zij weet nog steeds niks te bedenken, 
ze kijkt naar beneden.
Peter roept ineens heel hard, als het zomer wordt en de zon begint te schijnen 
dan krijg ik een nieuwe zwembroek en ga ik op zwemles. 
Oef daar staat ze dan… Roos… alle jaargetijden zijn geweest, de herfst, de winter, 
het voorjaar en de zomer en zij heeft nog helemaal niks om te vertellen. 
Maar ineens krijgt ze een idee, een heel goed plan en ze zegt vrolijk: 
Als de Here Jezus komt krijg ik een kroon.
Dat kan helemaal niet… moppert Peter boos. Stom hoor, zegt Lian. 
Ik geloof er niks van, zegt Bart. 
Maar Merijn komt Roos helpen. Dat is wel zo hoor, zegt hij. 
Mijn mama heeft gezegd dat de Here Jezus een stad van goud heeft. 
Van goud, waar dan? bromt Peter. Ja van goud en die stad is in de hemel, zegt Merijn.
Nou ik zie nog niks, zegt Lian en ze kijkt naar boven. 
Nee dat kun je ook nog niet zien, zegt Merijn, het zit heel ver weg achter de wolken. 
Toch is het zo. Maar als Hij komt dan zul je het zien. 
Hé Roos, ben jij wel een kindje van de Here Jezus, vraagt Peter. 
Natuurlijk wel, zegt Roos, daarom krijg ik een kroon, een kroon van goud. 
Tja dat willen de andere kindertjes ook wel, een kroon van goud. 
Dat is nog mooier dan een winterjas, of een prinsessendeken, of stoere schoenen 
of een zwembroek en zwemles. Met een kroon ben je een Prins of een Prinses, zegt Bart. 
Een Koningskind zegt Roos, een kindje van Koning Jezus en ze heeft helemaal gelijk.