advertentie google

In de tuin van de familie Boerema woont een slak. Deze slak heet Slibber. Slibber kijkt altijd vrolijk en hij luistert heel goed. Er is alleen één probleem, want Slibber is nogal vergeetachtig. Hij hoort alles heel goed en hij kijkt ook heel goed om zich heen, maar hij is na vijf minuten al vergeten wat hij gehoord en gezien heeft.

Vandaag is het vrijdag, Slibber is al heel vroeg wakker geworden en schuift over zijn buikje door de tuin. Af en toe rust hij even uit, want Slibber is tenslotte al oud en wordt ook erg snel moe. Bij elke lekkere plant in de tuin stopt Slibber even om een beetje te eten. “Mmmmmm, lekker zeg”: brombt Slibber en hij likt zich nog eens om z’n bekkie. Maar dan ineens… wanneer Slibber besluit om maar weer naar huis te gaan, blijft hij geschrokken liggen. Waar is mijn huis, waar is mijn huis, waar is mijn huisje toch gebleven?, roept Slibber verschrikt en hij raakt helemaal in paniek. Niemand hoort de arme oude slak. Zoekend schuifelt Slibber door de tuin, hij kijkt onder de planten, tussen alle bladeren van de struiken en zelfs onder de bloemblaadjes, maar nergens ziet hij zijn oude vertrouwde huisje waarin hij zich even terug kan trekken om uit te rusten. 

Puffend schuift Slibben langs de stam van de hoge kronkelwilg omhoog en dan is hij boven en kijkt om zich heen. Nee hoor geen huisje te zien. Voorzichtig kijkt hij naar beneden: Help, help, gilt Slibber, Oei wat hoog. Hij is zo bang, zo bang en schuift snel weer langs de boomstam naar beneden. Bibberend blijft Slibber liggen onder de boom en denkt diep na. Waar kan mijn huisje nu toch zijn?, zegt Slibber verdrietig. In het huis van de familie Boerema misschien? Voorzichtig schuifelt hij naar het huis. Gelukkig staat de deur al open en kan Slibber zo naar binnen. Hij kijkt verwonderd rond in de mooie sjieke gang. Hier ben ik nog nooit eerder geweest, fluistert Slibber en hij schuifelt verder richting de woonkamer. In de woonkamer van het grote huis, ziet hij mooie kasten en mooie stoelen en tafels. Slibber vindt het prachtig, hij is er helemaal stil van. Ineens hoort hij een harde gil: Aaaaa aaaa bah! Geschrokken kijkt Slibber omhoog: Dag mevrouw Boerema, zegt hij tegen de vrouw die hem met grote ogen aanstaart. Maar mevrouw Boerema hoort het niet, ze blijft gillen. Daar komt Jasper aangelopen. Jasper is haar zoon, hij rent de kamer in en roept: Wat is er aan de hand Mam? Maar zijn moeder geeft geen antwoord, ze blijft doodstil staan en wijst naar de vieze slijmerige glibberige slak. Verbaasd kijkt Jasper naar de vloer en begint dan heel hard te lachen. Ha ha ha ha dat is een doodgewone slak met een huisje op zijn rug, daar ben je toch niet bang voor? Jasper pakt de slak en zet hem weer netjes terug in de tuin.

Daar zit Slibber dan, hij denkt diep na over de woorden van Jasper. Een doodgewone slak met een huisje op zijn rug? Het duurt even voordat Slibber het doorheeft. Een huisje op zijn rug? Een huisje op zijn rug? Ja natuurlijk, Slibber heeft een huisje op zijn rug, het huisje waar hij de hele dag naar gezocht heeft. Hij zocht ernaar maar droeg het de hele dag al bij zich op zijn rug. Wat is Slibber blij, hij danst haast van vreugde en kruipt dan vermoeid in z’n eigen warme vertrouwde huisje om eens lekker te slapen.

Slibber was helemaal vergeten dat hij zijn huisje altijd heel dicht bij zich had. Zo is soms ook met mensen, wij vergeten heel vaak dat de Here Jezus altijd heel dichtbij ons is. We hoeven Hem niet te zoeken, want Hij is er altijd. Vaak vergeten we dat wel, maar als we goed opletten dan weten we het weer: God is altijd bij ons. Als we even uit willen rusten, mogen we bij Hem schuilen, dan kunnen we in Zijn armen kruipen. Als we moe zijn, dan zegt Hij: Kom maar bij Mij, Ik zal jou rust geven. God is er altijd, Hij wil ook bij jou zijn. Je hoeft Hem alleen maar te roepen en Hij is er en Hij wil nog dichterbij jou komen, want Hij wil zelfs in jouw hart komen wonen. Is dat niet dichtbij? Dat is heel dichtbij.

Geschreven plm. 1983