advertentie google

Hein ligt in zijn kamertje op bed, hij heeft vandaag kerstfeest gevierd in de kerk. Zijn vriendjes waren er ook en ondanks het feit dat al zijn vriendjes er waren en naast hem zaten voelde hij zich toch alleen. Hij vond het kerstfeest lang zo leuk niet als andere jaren en toch was het feest, toch waren er allerlei dingen te doen. Er was muziek, er waren mooie kerstuitvoeringen, daar kon het niet aan liggen. Wat mistroostig kijkt hij naar het plafond en denk na. Zou het komen omdat hij ouder wordt? Zou hij het daarom ineens misschien anders zien? Dat kan toch niet? Hein vindt het vreemd, iedereen was vrolijk en blij, iedereen lachte, klapte en zong uitbundig, maar Hein, Hein kon het gewoon niet. Het lukte hem maar niet om blij te zijn, het lukte niet om mee te zingen. Hein wordt er echt verdrietig van, hij vond het gewoon een heel naar kerstfeest en met dat nare gevoel valt hij in slaap.

De volgende morgen wordt Hein pas laat wakker. Hij kijkt op zijn horloge, oei het is al half elf. Hij moet opschieten, want hij heeft Rinus beloofd om langs te komen. Snel gaat hij zijn bed uit, wassen, aankleden en vlug aan tafel. Goedemorgen, zegt moeder als Hein de kamer binnenkomt. Goedemorgen mam, zegt Hein, Ik moet opschieten Rinus wacht op me. Zo snel als hij kan propt hij zijn brood naar binnen en drinkt zijn beker melk leeg. Hij mompelt nog wat tegen zijn vader en moeder en maakt dat hij weg komt.

Hij heeft eigenlijk helemaal geen zin om naar Rinus te gaan, maar ja…. beloofd is beloofd. Hij haalt snel zijn fiets uit de schuur en daar gaat hij, op weg naar het clubgebouw. Wanneer hij bij het clubgebouw komt, ziet hij niet alleen Rinus, maar ook alle andere jongens, de jongens van hun vriendenclub. Hij ziet Joop, de tweelingbroers Ed en Fred, Appie en Cor, ze zijn er allemaal en ze kijken allemaal stuk voor stuk een beetje treurig. Of zal dat verbeelding zijn? De jongens begroeten Heinuitbundig en voordat Hein zich bedenkt flapt hij het eruit: Is er iets? Nee hoor, roepen ze in koor en ze beginnen vlug over iets anders. Zullen we naar de bossen gaan?, stelt Appie voor, misschien kunnen we er wel iets leuks doen. Nou dat zien de andere jongens wel zitten, iedereen is het er gelukkig over eens en de stemming komt er alweer een beetje in. Fluitend en zingend fietsen ze naar het bos. Het is tien minuten fietsen, dat is beslist niet ver en ze hebben het er zeker voor over. 

Het bos komt in zicht, ze zien de oude verzakte boom die bij de ingang van het bospad staat. Ze zijn er. Hé wat is het rustig en vredig hier, zegt Hein zacht, het is hier heel anders dan gisteren, dit heb ik gisteren gemist. De andere jongens kijken Hein verbaasd aan. Natuurlijk is het hier anders dan gisteren, gisteren zaten ze in de kerk bij het kerstfeest en daar is het druk en hier zijn alleen bomen… logisch dat het hier anders is en wat andere jongens denken, dat flapt Joop er uit. Dat doet hij altijd, hij zegt alles, ook nu… “Moet je horen Hein, we weten wel dat het hier rustiger is dan in de kerk, dus zeg wat je bedoelt.” Hein krijgt een rode kleur, hij schaamt zich een beetje, maar hij kan het niet uitleggen, het is een gevoel, een vreemd gevoel. Maar Ed komt hem te hulp. Ik geloof dat ik het begrijp, zegt Ed, ga allemaal eens op de grond zitten dan zal ik het uitleggen. 

Daar zitten ze dan… de vrienden, in een kringetje op de grond en Ed begint te vertellen. Gisteren op het kerstfeest, toen iedereen blij was, voelde ik me eenzaam. Iedereen om me heen had iets wat ik niet had, ik zag het en ik heb erover gepiekerd, maar volgens mij begrijp ik wat Hein bedoelt. In de kerk waar de Heer altijd aanwezig is, had ik het gevoel dat Hij voor mij juist heel ver weg was, alsof ik niet bij Hem kon komen en hier in het bos is het anders. Het voelt alsof Hij heel dicht bij mij is, alsof ik Hem zo aan kan raken. Misschien komt het door de natuur, door de schoonheid van het bos, misschien door de stilte, ik weet het niet. Misschien komt het gewoon omdat we ouder worden. Hij kijkt vragend naar de rest. 
Dan begint Appie opeens te praten. Weet je, zegt hij, al die andere mensen hebben een speciale band met God, ze hebben de Here Jezus aangenomen in hun leven. Jezus is immers de weg tot God. Als je klein bent denk je er niet eens over na, maar nu, nu we iets groter worden nu misschien wel. Misschien is het nu wel tijd om ook een beslissing te nemen, om ook bij de Here Jezus te horen. We kunnen toch zelf kiezen? Cor en Fred beginnen ook te praten, ja wij moeten kiezen voor Jezus nu wij daar oud genoeg voor zijn. En zomaar ineens heeft Hein een plan, zullen we dan samen bidden? Daar zitten ze… de stoere vrienden, hand in hand in een kring, te bidden tot de Vader. Ze vragen Jezus of Hij in hun hart wil komen wonen en wat denk je? Zal Jezus dat ook doen? 
Ja hoor de jongens voelen het, ze voelen de warmte van de Here Jezus in hun hart komen. Ze voelen blijdschap. Van vreugde maken ze een rondedansje, heel bijzonder en vreemd, maar ook heel mooi. De treurigheid is weg, het is feest in hun hart. Ze weten nu zeker dat ook zij bij Jezus horen.

Geschreven plm. 1983