advertentie google

Het is zaterdagmorgen vijfentwintig april. Angelo wrijft zich flink in de ogen en gaapt luidruchtig. In de verte hoort hij vader zingen. Angelo luistert goed. Vader zingt normaal nooit. "Er is er één jarig hoera hoe....." Ineens weet Angelo het weer. Hij springt uit bed en rent naar papa en mama's slaapkamer. "Waar zijn mijn kadootjes?" roept hij opgewonden. Vader en moeder moeten verschrikkelijk lachen, maar geven hem een grote doos. Angelo scheurt het papier zo snel mogelijk stuk en maakt de doos open. Stomverbaasd kijkt hij naar zijn kado. "Oh een viool," fluistert Angelo. Zijn ogen stralen van blijdschap. "Oh wat mooi."
Voorzichtig pakt Angelo de viool uit de doos en trekt aan de snaren. Moeder stopt verschrikt haar vingers in haar oren. "Angelo toch, ga eerst maar eens op vioolles," zegt vader lachend. Angelo doet heel voorzichtig de viool weer in de doos en bedankt vader en moeder uitbundig. 
De verjaardag gaat snel voorbij. Angelo krijgt heel veel kadootjes, hij is er erg blij mee, maar niet zo blij als met zijn viool. Hij laat de viool aan iedereen zien. Zijn vriendjes kijken een beetje jaloers. Een viool is toch wel iets bijzonders, maar eerst moet Angelo op vioolles anders heeft hij er niet veel aan.

Angelo heeft de viool al enkele maanden. Twee keer in de week krijgt hij vioolles. Elke week leert hij weer een beetje meer over de viool. Hij leert hoe hij de viool vast moet houden en hoe hij erop moet spelen. Maar oefenen daar heeft Angelogeen tijd voor. Wanneer hij uit school komt speelt hij altijd met Egbert en ‘s avonds kijkt hij televisie. Daarna moet hij naar bed. Nee oefenen daar komt niets van terecht. Maar Angelo is wel erg trots op zijn viool. Hij laat de viool aan iedereen horen. 
Niemand durft iets te zeggen. Maar het vioolspel van Angelo klinkt écht afgrijselijk. Niet alleen vader en moeder hebben er last van, maar de buren ook. Door de hele straat kun je het afschuwelijke gejammer horen. Het klinkt alsof er jankende katten om het huis lopen. "Het is maar goed dat jouw viool geen oren heeft," moppert moeder. "Hoezo?" vraagt Angelo. "Omdat de viool dan zeker zou huilen van ellende," antwoordt moeder. Angelo moet hartelijk lachen. Hij trekt zich nergens iets van aan. Zelf vindt hij het best meevallen.

Trillend van ellende ligt de viool in de hoek van Angelo's slaapkamer. Angelo heeft weer een deuntje gespeeld. Hij is de enige die weet welk deuntje het is. De viool zou het niet weten. "Dat is ja niet om aan te horen," jammert de viool. "Dit kun je een mens toch niet aan doen? Dit is echt vreselijk, dit is echt niet te geloven?" Maar niemand hoort het gejammer van de viool. Elke dag voelt de viool zich iets ellendiger. Ja hoe ellendiger hij zich voelt, hoe meer zijn geluid begint te lijken op het gejank van een kat. Treuriger en ellendiger wordt het geluid. 

Angelo heeft niets door. Elke week moppert de leraar op hem. Maar Angelo vindt het zelf prachtig klinken. Hij weet wel dat hij niet zoveel oefent maar dat vindt hij geen probleem. In de lesboeken van Angelo heeft de muziekleraar geschreven; "Angelo je moet meer oefenen, want het klinkt nog lang niet goed." Maar Angelo kijkt nooit in zijn lesboeken, dus leest hij die opdracht van de leraar niet. 
"Het is diep treurig," zeggen de buren van Angelo tegen hun kennissen. "Dat zo'n jongen die mooie viool zo slecht bespeelt."  Maar wat ze ook zeggen, Angelo heeft er geen last van. Hij vindt het wel goed klinken en dat vindt hij het belangrijkste.

Maar dan, op een dag, als Angelo van school naar huis loopt, hoort hij prachtige muziek uit de verte komen. Angelo bedenkt zich geen moment en gaat op zoek naar de muzikant. Wanneer Angelo een paar straten verder is ziet hij een oude man staan. In zijn handen heeft de man een oude viool. Maar uit de viool komt prachtige muziek. Met verbazing kijkt Angelonaar de man. "Tjonge, wat klinkt dat mooi," fluistert Angelo. 
Na enkele minuten houdt de oude man op met zijn vioolspel. Hij legt zijn viool voorzichtig in zijn vioolkoffer en doet het deksel dicht. Angelo bedenkt zich geen moment en trekt de oude man aan zijn jas. "Zou ik dat ook kunnen meneer?" vraagtAngelo. "Wat bedoel je?" vraagt de man. "Ik bedoel…, zou ik ook zo prachtig kunnen spelen?" zegt Angelo. "Dan moet je wel heel goed oefenen," zegt de oude man. Hij pakt zijn koffertje op en loopt weg. 

Vlug gaat Angelo naar huis. Moeder zal wel ongerust zijn, denkt Angelo. Hij heeft gelijk. Moeder is vreselijk ongerust geworden. "Je moet gelijk vanaf school naar huis komen," zegt moeder boos. "Ja mama, maar ik hoorde zulke mooie muziek, ik moest gewoon luisteren," antwoordt Angelo. En dan vertelt hij aan moeder hoe mooi de oude man op zijn viool speelde. "Het klonk zo mooi mama, zo prachtig, zo mooi wil ik ook spelen." Moeder lacht er maar wat om. "Ga eerst maar eens oefenen," zegt ze tegen Angelo. Angelo zegt niets meer. Wacht maar af denkt hij bij zichzelf.

Angelo oefent nu elke dag. Hij heeft voor het eerst echt in zijn lesboeken gekeken. Hij doet ontzettend zijn best om zo mooi mogelijk te spelen. Iedereen is stomverbaasd. Het wordt steeds beter. Moeder heeft de watten weer uit haar oren gehaald. Vader is trots op Angelo. In een zeer korte tijd is het vioolspel van Angelo enorm verbeterd. Niemand had het verwacht. De buren durven weer in de tuin te werken. Het vioolspel van Angelo is natuurlijk nog wel te horen, maar het klinkt al heel mooi. Angelo's muziekleraar begrijpt het niet. "Hoe kan het dat jij nu zo goed kunt spelen?" vraagt hij verbaasd. "Ik had dit niet verwacht. Jouw vioolspel klonk vreselijk slecht." Angelo begint hij te grijnzen. Dan vertelt hij het verhaal van de oude man. De muziekleraar begint het te begrijpen. "Weet je Angelo, je hebt hier veel van geleerd," zegt de leraar. "Je kunt een heel mooi geluid uit een viool krijgen, wanneer je er veel tijd aan besteed. Met veel liefde en inzet kun je het instrument prachtig laten klinken." 

Fluitend gaat Angelo naar huis. Hij vertelt het verhaal aan papa en mama. Papa en mama zijn heel trots op Angelo. Iedereen praat nu over hem. Ook zijn vriendjes vinden dat hij goed kan spelen. Maar het belangrijkste is dat hij nu doorheeft dat je veel voor een instrument over moet hebben. Een viool gaat niet uit zichzelf mooi klinken. Je moet er veel tijd aan besteden. Jezus besteed heel veel tijd aan ons. Hij houdt van Zijn kinderen. Wanneer jij je hart wilt openen voor de Here Jezus dan zal hij jou heel mooi maken. Zo mooi, dat je een instrument wordt in Zijn handen. Een instrument die prachtig zal klinken. Een instrument waar Hemelse muziek uit komt. Zodat iedereen kan zien dat jij een kind van de Here Jezus bent. Dat gaat niet in één dag, dat kan soms even duren, maar Hij wil die tijd nemen wanneer jij Hem de kans geeft!

Geschreven plm. 1983