advertentie google

Tom kijkt boos naar het water. Bah het is ook altijd hetzelfde liedje, vissen, vissen en nog eens vissen. Van iets anders heeft vader schijnbaar nog nooit gehoord. Opeens hoort Tom een opgewonden geschreeuw: "Ja, ja, hoera ik heb beet, Jippie. "Tom heeft niet veel tijd nodig om te bedenken wie daar zo hard schreeuwt. Zoals altijd heeft vader een vis aan zijn hengel hangen en niet zo'n kleintje ook. "Kijk eens Tom," roept vader. "Kijk eens wat een beste, tjonge jonge wat een mazzel. "Mooi hoor," zegt Tom kalm. Rustig pakt hij zijn spulletjes bij elkaar, "zullen we dan nu maar naar huis gaan, ik heb honger. Vader is het met Tom eens en samen gaan ze naar huis. Als ze bij huis komen zien ze de buurman in de tuin. Natuurlijk moet vader even een praatje maken. Grote verhalen vertellen kan vader wel. In geuren en kleuren vertelt hij van de grote vis… en Tom, Tom staat er ongelukkig bij te kijken, hem wordt niets gevraagd. Heel voorzichtig loopt Tom weg, hij hoopt maar dat vader niets merkt. Vlug sluipt hij naar huis. "Ben jij daar Tom?" roept moeder. "Ja mam," roept Tom en vlug loopt hij naar de keuken naar moeder toe. "Goh wat ruikt het hier heerlijk naar gebakken appeltaart," roept Tom opgewonden, "daar heb ik echt zin in. Nog voor moeder kan antwoorden komt vader al binnenstuiven. Hij begint groteverhalen op te hangen over zijn vis. Tom doet net alsof hij het niet hoort. Hij is flauw van de opschepperij van vader, maar gelukkig krijgt Tom een stuk appeltaart van moeder, dat maakt weer veel goed. 

Diezelfde nacht droomt Tom van een grote vis, een hele grote vis. Ja Tom droomde dat hij een hele grote vis aan zijn hengel had hangen. Tom droomde niet van een vis zoals vader had gevangen, maar van een hele grote walvis. "Ik heb beet, ik heb beet, kijk eens wat een kanjer," Tom schreeuwt zo hard als hij kan. Ineens doet hij zijn ogen open en kijkt in de ogen van vader en moeder. "Wat is er Tom?" vraagt moeder, "niets hoor mam, helemaal niets. Ik droomde van iets wat ik altijd al graag heb willen hebben," mompelt Tom slaperig. "Gaan jullie maar snel weer naar bed, ik red me wel." Gelukkig geloven vader en moeder het en ze gaan snel weer naar hun eigen bed. Tom slaakt een zucht van opluchting, pffft..., ze moesten eens weten dat hij jaloers is op papa's vis. Of Tom nu wil of niet, het lukt hem maar niet om weer in slaap te komen, hij moet steeds denken aan zijn droom. Tjonge was dat maar echt geweest en geen droom, denkt Tom. Maar dan, krijgt Tom een idee. Zal het me lukken? Zal ik papa voor de gek kunnen houden?  Tom denkt aan de viswinkel een paar straten verderop. In de etalage liggen hele grote vissen. Zulke grote vissen heeft hij vader nog nooit zien vangen. Als hij nu eens zo'n vis aan zijn haakje zou hangen, zou vader dat merken? Tom wordt weer helemaal blij van binnen, hoe meer hij over zijn plan nadenkt hoe meer plezier hij krijgt. Dan valt hij weer in een diepe slaap.

"Tom wakker worden," moeder schudt Tom eens flink heen en weer. "Tom.. kom ga je wassen en aankleden, we gaan zo eten. "Tom is nog verschrikkelijk moe en wrijft zich eens flink in de ogen. "Ja mam ik kom eraan," zegt Tom. En hij gaat op de rand van zijn bed zitten. Ineens denkt hij weer aan zijn plannetje. Hij is zijn moeheid alweer vergeten en springt uit bed. Vlug gaat hij zich wassen en aankleden. Fluitend komt hij de trap af en loopt de keuken in. Vader en moeder kijken verbaasd naar Tom. Zo vrolijk is hij al dagen niet meer geweest. "Hoe kom jij ineens zo vrolijk Tom," zegt vader. "Och, zomaar papa, ik heb gewoon leuk gedroomd vannacht," mompelt Tom en vlug gaat hij zitten. "Gaan we volgende week nog weer vissen papa," vraagt Tom nieuwsgierig. Vader kijkt hem verbaasd aan; "Ik dacht dat jij vissen niks aan vond Tom. "Tom krijgt een kleur als vuur, oei als papa het plannetje nu maar niet doorheeft. "Oh ehhh, ik vind het best leuk hoor," hakkelt Tom en snel propt hij een stuk brood in zijn mond. "Prima" zegt vader, "dan gaan wij komende zaterdag weer vissen." Rustig eten ze hun brood op. 

De hele dag denkt Tom aan zijn plannetje. Hoe moet ik dat precies gaan doen, ik heb ten eerste geld nodig om mijn vis te kopen. Snel haalt hij zijn spaarpot van de kast en begint ingespannen te tellen. Eén euro, twee euro, twee euro vijfentwintig, twee euro vijftig, drie euro, .... drie euro vijftig, drie euro vijf...enzestig. Tom kijkt beteuterd. Drie euro en vijfenzestig eurocent is niet zoveel, als je daar maar een grote vis voor kunt kopen. Snel rent hij naar de viswinkel. Het is bijna zes uur dus moet hij vlug wezen voordat de winkel dicht gaat. Hijgend staat Tom voor de toonbank. "Hallo meneer," zegt Tom tegen de vriendelijke verkoper van de viswinkel. "Ik wil graag een hele grote vis, ik heb drie euro en vijfenzestig cent. "De verkoper krabt zich eens nadenkend achter zijn oren, want voor een grote vis heeft Tom veel meer geld nodig. "Moet je die vis voor je moeder kopen?" vraagt de visverkoper aan Tom. Tom wordt rood en vertelt beschaamd zijn plannetje aan de verkoper. De verkoper schatert van het lachen, ha ha ha prachtig. Hij slaat met zijn handen op zijn knieën. "Weet je wat," zegt de verkoper tegen Tom, "kom vrijdag maar even langs dan krijg je van mij gratis een helegrote levende vis. "Tom glundert van vreugde; "Dank u wel meneer, dank u wel." En weg is Tom, snel weer naar huis voordat vader het merkt. Het is zaterdag. Tom heeft de vis in een grote emmer verstopt. Hij houdt de emmer stevig vast, zodat vader niet in de emmer kan kijken. "Waarom heb jij zo'n grote emmer meegenomen Tom?" vraagt vader verbaasd. "Daar kunnen de grote vissen in die jij altijd vangt," zegt Tom met een rood hoofd tegen vader. "Dat is geen slecht idee Tom," zegt vader glunderend. Tom zegt maar niets meer, stel je voor dat vader zijn plannetje doorkrijgt.

Eindelijk zijn ze op plek van bestemming. Tom houdt de emmer stevig vast en zet hem zover mogelijk bij vader uit de buurt, daarna zet hij zijn visstoeltje neer en pakt zijn hengel. "Zo, ik ben er klaar voor papa," roept Tom. Maar papa is druk bezig om zijn spullen bij elkaar te zoeken. Hij hoort niks. Zo... denkt Tom bij zichzelf, nu nog wachten tot ik de kans krijg om de vis aan de hengel te hangen zonder dat papa het ziet, maar Tom weet dat hij daar ongeveer een uur op moet wachten. Vader gaat meestal om het uur een eindje lopen om de benen te strekken. Geduldig kijkt Tom naar zijn dobber, nergens is een vis te zien. Vader vangt alleen maar een klein visjes en gooit deze terug in het water. Oh wat duurt de tijd toch lang denkt Tom. Maar gelukkig, vader gaat staan om een stukje te lopen. "Ga je mee Tom?" vraagt vader. "Nee ik blijf nog even zitten hoor," zegt Tom haastig. Dan loopt vader weg. Vlug haalt Tom de deksel van de emmer en tilt de grote viseruit. Oei, wat is zo'n beest glad. De vis glibbert in Tom's handen. Met veel moeite krijgt hij het haakje vast. Dan gooit hij vlug de vis in het water. Zo nu maar wachten op vader. 

"Tom, opletten. "Tom schrikt van vader's stem. "Tom je hebt volgens mij een vis aan je hengel. "Tom kijkt verschrikt naar vader. Zou papa het gezien hebben, denkt Tom. "Kijk toch niet zo vreemd Tom," zegt vader, "straks ben je die vis kwijt. Zie je dan niet dat je beet hebt?" "Jjjawel, vvvader," stottert Tom. En hij trekt aan zijn hengel. "Oei dit is een zware vispapa.” Snel trekt hij de vis op het droge. "Tjonge wat een kanjer.” Vader kijkt stomverbaasd naar de vis. "Dat heb je prima gedaan hoor Tom," zegt vader trots. Met een rood hoofd haalt Tom de vis van het haakje en stopt de grote vis in de emmer. Zo papa heeft niets door. "Zullen we maar gaan papa," mompelt Tom, "k heb niet zoveel zin meer, ik wil mijn visaan iedereen laten zien. "Tot Tom's grote verbazing is vader het helemaal met hem eens, dus pakken ze de spullen in en gaan op weg naar huis. Tom had gedacht dat vader het helemaal niet leuk zou vinden. Maar vader is apetrots. Hij vertelt het aan alle mensen die ze tegenkomen. 

Ook als ze de volgende morgen in de kerk aankomen vertelt vader van de grote vis. Tom krijgt veel complimentjes en hij gaat zich steeds schuldiger voelen. De dominee maakt het niet gemakkelijker voor Tom. De prediking gaat over eerlijkheid. Tom weet dat hij niet eerlijk is geweest en hij heeft veel spijt van zijn bedrog. Het lijkt wel of de dominee weet dat Tom devis van de visboer heeft gehaald. Tom krijgt het gevoel dat hij in de maling wordt genomen. Ineens roept hij in de kerk; "Ja ik weet het wel, ik ben schuldig." De mensen lachen zachtjes. Maar Tom kan helemaal niet lachen. De tranen lopen over zijn wangen. "Ik was alleen maar jaloers op papa," mompelt hij, "daarom heb ik een grote vis bij de visboer gehaald." Het is heel stil in de kerk, de mensen begrijpen er niets van. De dominee doet net of er niks aan de hand is en sluit de kerkdienst af met gebed. Nu is het tijd voor Tom om alles te vertellen. Vader buldert van het lachen. Iedereen die het verhaal hoort lacht mee. Tjonge jonge wat komisch, een vis van de visboer. Maar Tom kan er niet om lachen. Hij heeft gelogen tegen papa en dat hoort niet zo. Dan vertelt papa hem dat het niet belangrijk is wie de grootste vis vangt. "Ik ben heel trots op jou Tom," zegt papa; "Jij bent mijn zoon, de vis die ik vang is evengoed van jou als van mij. Als je om elkaar geeft dan deel je alles samen. Het maakt niet uit of dat om een vis gaat of om iets anders. Samen hoor je een éénheid te vormen. Begrijp je dat een beetje Tom?" vraagt vader zacht. Tom knikt, hij lacht alweer. Hij is blij, dat papa en mama niet boos op hem zijn. 

Geschreven plm. 1983