advertentie google

Riet kijkt om zich heen, overal liggen appels. Appels op de trap, appels in de gang en appels op de deurmat. Riet weet wel hoe dat komt, het is allemaal haar schuld, ze strooit. Ze lijkt wel een appelboom waar de appels vanaf vallen. Ze had het zo mooi bedacht, maar het ging niet helemaal zoals ze het wilde. De buitendeur gaat open, daar komt papa aan, hij komt net thuis van zijn werk, hij struikelt over de appels op de mat. Boos begint hij te roepen: Riet heb jij dat gedaan? Riet knikt. Ruim die rommel op, moppert vader, appels horen hier niet. Daar staat Riet, ze kijkt verschrikt, in haar armen draagt ze nog 6 appels, de laatste 6, hoe moet ze nu appels oprapen als ze de andere appels vast moet houden? Dat gaat niet, zegt ze tegen vader. Raap die appels op, roept vader boos. Riet laat geschrokken alle appels die ze nog vasthoudt vallen. Ze begint te huilen, ze vindt het niet leuk dat papa boos is, ja ze begrijpt het wel, hij heeft gelijk het is gevaarlijk al die appels op de grond en het is ook niet slim, het hoort ook niet zo. Maar hoe moet ze dit zo snel oplossen dan? Pak maar even een mand, zegt papa zacht en stop daar de appels in, dat draagt een stuk handiger. Whow, dat is een goed plan, natuurlijk, dat ze daar zelf niet aan gedacht heeft. Riet haalt een mand uit de bijkeuken en loopt snel naar de buitendeur, ze raapt nu vlug alle appels één voor één weer op. Even later heeft ze een volle mand met appels en ze houdt de mand apetrots voor haar buik. Zo blijft ze lopen door het huis, ze loopt met de volle mand, het is best zwaar dus loopt ze maar naar de woonkamer en daar blijft ze stokstijf staan. Papa kijkt met gefronste wenkbrauwen naar Riet, hij snapt niet waarom ze zo vreemd doet, waarom houdt ze die mand vast en waarom kijkt ze zo trots? Is er iets speciaals? Mama komt de kamer binnenlopen, ze kijkt verbaasd naar Riet, maar zegt niks en ploft neer op de bank. Ze knipoogt even naar vader en ze kijken naar Riet zonder ook maar één woord te zeggen. Riet heeft wel vaker bijzondere dingen, vaak is ze dan iets aan het testen en als papa en mama dan vragen stellen wordt ze boos, dus dat doen ze niet meer. Rick komt de kamer binnenlopen, hij kijkt naar papa en mama en vervolgens naar zijn zus Riet.
Hij kijkt naar de mand met appels en pakt er gretig een mooie grote glimmende appel uit. Hij neemt een hap en loopt weg. Wacht roept Riet, kom terug geef me die appel terug. Dat gaat niet, zegt Rick, ik eet het lekker op, als ik die appel terugleg gaat het rotten en dat moet niet. Ja maar die appel hoort in de mand, roept Riet, als iedereen een appel van mij pikt draag ik geen vruchten meer. Doe niet zo dom, zegt Rick en wat sta je daar stom met die mand in handen, waarom doe je dat eigenlijk, oefen je voor levend standbeeld? Nee joh, moppert Riet, ik draag vruchten, dat zie je toch? Nou nou, zegt Rick en wat wil je daarmee zeggen dan? Jij moet ook vrucht dragen, roept Riet tegen hem, hier heb je de mand. Dat dacht je zeker?, moppert Rick, ik ga geen vruchten dragen voor jou, je houdt die mand maar mooi zelf vast. Of zet het anders maar op de grond. Mama heeft het gehoord en papa ook, ze beginnen te begrijpen wat Riet wil vertellen met haar mand met appels. Bedoel je dat je die mand met appels draagt omdat je als kind van God graag vrucht wil dragen? Ja, jij snapt het, zegt Riet tegen mama. Ik draag vrucht, ze houdt de mand weer trots omhoog. Ja klopt, zegt mama, jij draagt vrucht, maar weet je Riet, met het vruchtdragen zoals in de kerk wordt verteld bedoelen ze niet een mand met appels of peren of bananen of andere vruchten, ze bedoelen iets heel anders. Huh, Riet kijkt verwonderd, ze snapt het niet, bedoelen ze geen appels en peren, maar wat bedoelen ze dan, roept ze verbaasd.
Ze bedoelen met de vruchten al het goede wat de Here Jezus in jouw leven laat zien. Als je een kind van de Here Jezus wordt, als Hij in jou komt wonen en als je je door Hem laat vullen en Zijn woorden leest en met Hem praat, dan zul je net een boom zijn waar vruchten aan gaan groeien. Maar dan ben jij geen echte boom, dan ben je nog steeds ons meisje, zegt papa ineens, dan ben je nog gewoon ons mooie meisje, maar dan zul je veranderen en dat zullen mensen aan je gaan zien. Dan zul je niet meer gelijk boos worden, maar liefde laten zien, dan zul je geduld krijgen. Je zult anderen vertellen van de Here Jezus en je zult het uitstralen. Dat is ook vruchtdragen, maar totaal anders dan jij nu deed. Nou dan kan die mand wel weer weg, moppert Riet, ze zet de mand met appels in de keuken op het aanrecht en gaat maar weer op de bank zitten. Weer wat geleerd, zegt ze vrolijk. Iedereen schiet in de lach. Geef me nu maar een appel, zegt vader. Haal die zelf maar op, roept Riet. Ik denk dat jij nog heel veel moet leren, zegt mama. Vruchtdragen is bijvoorbeeld ook iets voor anderen doen. Riet staat snel op en loopt naar de keuken om voor iedereen een appel te halen. Even later zitten ze heerlijk te smullen.