advertentie google

Doe je ogen dicht en blijf staan, zegt Marnix gedecideerd. Janita blijft staan, ze durft zich haast niet te bewegen, ze knijpt haar ogen stijf dicht. Wat ga je doen?, vraagt ze angstig, ze bibbert een beetje. Doe normaal, Marnix is boos, ik ga je heus geen pijn doen, blijf gewoon staan dan haal ik een doek. Janita opent haar ogen heel voorzichtig en kijkt door een spleetje, ze ziet hoe Marnix naar de deur loopt en hoort zijn voetstappen op de trap. Ze doet haar ogen open en kijkt goed om zich heen, maar zodra ze weer gekraak hoort knijpt ze vlug haar ogen dicht. Ze wacht gespannen af wat er gaat gebeuren. Ze voelt dat er iemand in de kamer is. Ben jij dat Marnix?, zegt ze zacht. Ik ben Marnix niet zegt een verdraaide jongensstem. Je bent Marnix wel, zegt Janita, houd maar op met die smoesjes ik hoor het aan je stem. Marnix stampt met zijn voet op de grond. Een spel met jou is niks waard, zegt hij, jij maakt er altijd een potje van. Janita moet een beetje lachen, maar ze laat het maar niet merken, ze zegt alleen: Ik heb gewoon goede oren, kan ik toch niks aan doen. Marnix pakt haar bij haar armen en zegt: Nu stil blijven staan, ik moet even iets doen. Je gaat me niet vastbinden, Janita rukt haar armen los. Nee natuurlijk niet, ik doe alleen een doek voor je ogen zodat je niet stiekem gluurt, moppert Marnix. Janita snapt niks van dit spel, dom gedoe, moet ze een doek voor haar ogen? Waarom kan ze niet gewoon haar ogen dichthouden? Altijd gezeur die spelletjes van jou, roept ze boos. Doe nou maar mee, zegt Marnix, hij heeft een grote doek in zijn handen en knoopt het voor haar ogen langs. Zie je nog iets?, vraagt hij aan Janita. Nee natuurlijk niet, ik zie niks, die doek is superdik en het is donker, ik vind donker niet leuk, Janita begint haast te huilen. Stop met dat gejank, Marnix is boos, toe probeer naar de deur te lopen en naar de gang te gaan. Janita huilt nog steeds en ze begint te schuifelen over de vloer, ze vindt het eng, ze ziet niks, ze hoort niks en ze weet niet eens waar ze heen moet. Ze loopt rechtdoor, ze weet dat de deur links zit, ze gaat opzij en met een knal loopt ze tegen het deurkozijn. Ze voelt met haar handen en zegt: Ik zat bijna goed, hier is de deur, ze doet een stapje naar rechts en loopt de gang op, ze gaat nu wat sneller, ze is niet meer zo bang, maar ineens hoort ze een kreet, ze blijft stokstijf staan. Rita wat is er?, roept ze. Marnix stampt alweer met zijn voeten op de grond, hoe weet jij dat het Rita is? Dat hoor ik toch, ze gilt altijd zo, zegt Janita boos, ze slaat met haar handen opzij, naar de plek waar ze de stem van Marnix vandaan hoort komen. Weg jij, ik praat met Rita. Rita wat is er, waarom gil je zo? Rita roept: Blijf daar staan, je was bijna van de trap gevallen, ik zeg wel hoe je beneden komt. Wacht, zegt Janita, wacht, bijna van de trap gevallen? Marnix, ben je betoeterd, had je me van de trap laten vallen? Marnix grinnikt, nee natuurlijk niet, ik had je wel op tijd vastgegrepen en teruggetrokken. Ik geloof er niks van, moppert Janita, ik stop ermee, ze wil de doek van haar hoofd trekken, maar Rita roept, niet doen, dit is leuk, vertrouw mij maar.. ik zorg dat je veilig beneden komt. Janita twijfelt, zal ze echt kunnen vertrouwen op Rita? Ze denkt even na en besluit dan toch te luisteren naar de aanwijzingen. Begin maar, zegt ze, maar denk erom als ik val is het niet te best. Je valt niet, zegt Rita, doe maar één heel klein stapje naar voren. Janita luistert goed, ze doet precies wat Rita haar vertelt, een stapje vooruit, dan een stapje naar beneden, weer een stapje naar beneden, net zolang tot ze voelt dat ze op de gladde vloer staat van de hal. Ze doet haar doek af en haalt opgelucht adem; het is gelukt, ze roept het luid door het huis, het is gelukt, bedankt Rita allemaal dankzij jou. Ze kijkt nog eens heel boos naar Marnix die vlak achter haar staat en loopt dan de kamer in. Mama, papa, ik ben met een blinddoek van de trap afgelopen en het is gelukt, maar Marnix had me bijna laten vallen, gelukkig kwam Rita net op tijd. Vader en moeder kijken verbaasd naar het verontwaardigde gezicht van Janita en voordat ze ook maar iets kunnen zeggen komt Marnix de kamer in gerend, het is niks aan met haar, hij wijst naar zijn zus, ze hoort gelijk wie er praat, ze voelt als je binnenkomt en ze vertrouwt me niks. Logisch zegt Rita, ze staat verscholen achter de rug van Marnix, niemand had haar gezien, de stiekemerd. Janita was bijna van de trap gevallen, zegt Rita, mooie begeleider ben jij. Je had gelijk stop moeten roepen, maar dat deed je niet, ze kijkt Marnix boos aan. Nee ik wilde weten of ze zou voelen dat ze bij de trap stond, ze voelt alles toch altijd zo goed?, moppert Marnix, maar jij hebt alles verpest. Hoho, zegt mama, jij was eigenlijk haar begeleider, jij moest zorgen voor haar veiligheid. Blinde mensen lopen met een stok of een blindengeleidehond, het zou niet best zijn als de hond het baasje naar een trap had laten lopen zonder een seintje te geven dat het gevaar op zou kunnen leveren. Janita is niet blind, roept Marnix boos, hij stampt met zijn rechtervoet op de grond, ze is gewoon een meisje en heeft alleen maar een blinddoek om… voor de grap. Ik zou haar echt hebben gered en als ze toch per ongeluk was gevallen had Rita haar kunnen vangen, die stond onderaan de trap. Janita kijkt hem met open mond aan, lekker zeg, ik vallen en Rita mij vangen? Ze is veel kleiner, ze had me nooit kunnen houden dan hadden we ons allebei pijn gedaan. Ja roept Rita verontwaardigd en dan was ik zo plat als een dubbeltje, weet je wel hoe zwaar zij is? Ze wijst naar Janita. Ineens schiet iedereen in de lach. De boosheid is weg. Marnix brult het uit, Janita valt op de grond, ze schatert…. Maar papa is er zat van, hij wil nog even iets kwijt, zoek allemaal een stoel en luister, zegt hij luid. Rita, Janita en Marnix zoeken snel een plekje om te zitten. Dan begint papa te vertellen: Als je in de Here Jezus gelooft ben je soms ook net als iemand met een blinddoek. Je ziet niks, je weet niet altijd waar je bent, of waar je heen moet, dus moet je wachten tot je weet wat je moet doen, daar heb je een leider voor nodig, iemand die aanwijzingen geeft. Marnix kijkt met gefronste wenkbrauwen, hij is nog steeds boos en zegt: Nou ik zie de Here God niet echt, ook niet zonder blinddoek. Oh maar ik voel Hem soms wel, roept Janita vrolijk, dan is het net of Hij even bij mij is. Ik voel Hem in mijn hart, zegt Rita blij en als ik tegen Hem praat is het net of Hij terugpraat en ik droom ook over Hem Hij helpt mij als ik in gevaar ben. Ja hoor jij weer wel, zegt Marnix op klagende toon, maar hij begrijpt heel goed wat de anderen bedoelen, soms weet hij niet alles, soms heeft hij gevoel dat hij alles alleen moet doen, dan weet hij het even niet meer, maar dan is het zo mooi dat hij weet wat de Here God gezegd heeft; “Ik ben altijd bij je” en eigenlijk voelt Marnix dat ook. God is er altijd ook als je Hem niet ziet, zegt hij, dat voel ik niet altijd, maar ik weet het wel en ik mag Zijn woorden nooit vergeten. Zo is dat, zegt moeder en papa en ik lezen de bijbel en vertellen aan jullie wat er staat, zo weten wij allemaal wie God is en waar Hij is of wat Hij wil en welke weg we moeten bewandelen, maar nu is het tijd voor een kop warme chocomelk. En een heerlijk koekje, zegt papa, daar zijn ze het allemaal mee eens.