advertentie google

Zullen we iets leuks doen, zegt Marnix, hij staat midden in de grote zandbak en kijkt de andere kinderen eens goed aan. Waarom?, vraagt Fina, met zand spelen is toch ook leuk. Jonas bemoeit zich er ook mee, ja we hebben hier nu een megagroot kasteel, we kunnen nog autootjes halen en we kunnen een gracht maken om water in te doen en we kunnen het versieren met schelpen, we kunnen nog zoveel doen. Ik wil ook wel eens wat anders doen, zegt Marnix, hij is verontwaardigd,  hij heeft de hele morgen al met zand gespeeld en is er helemaal zat van. Het zand zit onder zijn nagels en het zit in zijn haar, hij wil nu iets anders doen. Wat wil je eigenlijk gaan doen?, vraagt Romee. Nou ik wil spelen dat we dopen, zegt Marnix, dan zijn jullie dopelingen en ik ben Johannes de doper. Dopen?, ik weet niet eens wat dat is, zegt Fina. Marnix slaakt een diepe zucht, jij weet ook nooit wat, altijd moeilijk doen en vragen stellen. Fina kijkt hem boos aan en roept, als jij wil dat ik meedoe dan zul je wel moeten uitleggen wat dopen is, want anders speel je het maar lekker zelf en ga ik wel naar huis. Ja zegt Jonas, Fina heeft groot gelijk, ik weet ook niet wat dopen is, dus voordat ik meespeel wil ik ook weten wat de bedoeling is. Marnix schrikt, als iedereen weggaat is er niks meer aan. Sorry, ik zal het uitleggen, zegt Marnix. Er was eens een man die Johannes heette en deze man moest van de Here Jezus de mensen roepen en vragen om gedoopt te worden en dan liepen ze het water in en gingen ze koppie onder. Romee kijkt geschrokken, je denkt toch niet dat ik hier de sloot in ga en kopje onder wil? Jij altijd met je domme plannen. Natuurlijk niet, zegt Marnix, we doen het in mijn tuin, ons zwembad staat er nog, dat wil best. Moet dat met kleren aan?, vraagt Jonas. Nee zegt Marnix, het is prachtig weer, je kunt toch je zwemspullen aan doen?  Ik weet het nog zo net niet hoor, dat is vast iets van de kerk, dat gaat vast over God en ik kom helemaal nooit in de kerk, moppert Fina, zwemmen vind ik nog wel leuk, maar dopen? Maar Romee ziet het wel zitten, laten we het maar eens proberen, zegt ze opgewekt, misschien leren we er iets van, de anderen twijfelen nog.. maar na wat heen en weer gepraat besluiten ze naar huis te gaan om hun zwemspullen aan te trekken. Even later staan ze bij Marnix in de tuin, ze willen gelijk in het zwembad springen, maar daar komt niks van in. Marnix houdt ze allemaal tegen, jullie moeten wachten, zegt hij, ik moet jullie eerst vragen of jullie gedoopt willen worden. Romee kijkt boos, nou dat is ook lekker, ik dacht heerlijk te kunnen duiken, maar dat gaat voorlopig niet gebeuren zeker? Je moet geduld hebben, zegt Marnix. Eventjes dan, zucht Romee, roep me maar, ik kom wel, ze gaat net als de andere kinderen op het gras staan. Jullie moeten verder weg, moppert Marnix, vooruit, jij daar op de stoep, zegt hij tegen Jonas, Fina op het gras, en Romee jij zit op de tuinstoel en jullie wachten tot ik roep. Met tegenzin gaan de kinderen naar hun plek en wachten geduldig af. Dan ineens begint Marnix te schreeuwen, zo hard hij kan. Jullie moeten je bekeren en laten dopen nu. Fina kijkt met grote ogen naar hem, waarom schreeuw je zo, zegt ze. Marnix zegt: Je bederft het spel Fina, net als altijd. Johannes de Doper riep de mensen ook, dat denk ik vast en zeker. Nou ik ken die Johannes niet, zegt Fina, maar ik kom wel hoor. Ze loopt naar het zwembad en stapt erin. Wachten.. zegt Marnix, ik moet je goed vastpakken en dan doe ik je kopje onder. Oh zegt, Fina, maar dat is eng, waarom moet ik onder water? Omdat je helemaal schoon moet worden, zegt Marnix, dat gebeurde in het verhaal van Johannes de Doper ook. Waarom moest dat dan?, vraagt Fina. Omdat ze bij Jezus moesten horen, zegt Marnix, dat snap je toch wel, als je bij Jezus wilt horen dan laat je dat zien.
Oh natuurlijk, nou ze blijft rustig staan en Marnix doet haar voorzichtig onder water en snel weer naar boven. Hij duwt Fina ruw het zwembad uit: Aan de kant jij, kom Romee, jij bent aan de beurt. Romee stapt het water in en Marnix pakt haar vast en wil haar gelijk onder duwen. Ho even, zegt Romee, even over dat kopje ondergaan, moet dat echt? Ja hoor, zegt Marnix, dat moet echt, je gaat in het watergraf. Hij pakt haar weer beet en wil weer doorgaan met het spel. Wacht, Romee houdt hem tegen, watergraf? Hoor ik graf? Dat is net alsof, zegt Marnix. De Here Jezus ging in het graf toen Hij gestorven was en toen Hij er weer uitkwam was Hij als nieuw. Hij leefde weer en was veranderd, Hij had geen oud leven meer, maar een nieuw leven. Oh…. Romee kijkt wat verwonderd ze snapt het nog niet helemaal, maar ze laat zich toch maar dopen. Doe maar dan, zegt ze. Even later komt ze boven en loopt snel het bad uit voordat Marnix haar er uit kan duwen. Dan is Jonas aan de beurt, hij wil ook nog wat vragen stellen en begint gelijk te praten. Ik ga dus in het watergraf omdat ik schoon moet, zegt hij weifelend. Maar waar zit de viezigheid dan? Ik heb mijn handen al gewassen, mijn oren zijn schoon, mijn haren heb ik geborsteld en gewassen, dus ik ben volgens mij al schoon. Marnix wordt boos, dat bedoel ik niet, het is niet zoals een gewoon bad. Je wordt schoongemaakt van verkeerde dingen, stoute dingen die je doet en de oude Jonas die soms wat fout doet die gaat dan weg en dan komt er een nieuwe Jonas weer uit het water. Jonas kijkt verwonderd, dat klinkt niet zo heel erg gek, dat kan, je gaat in het water en wordt nieuw. Niet meer de oude Jonas maar een nieuwe Jonas. Dat klinkt verstandig. Doe ik dan nooit meer stoute dingen, vraagt hij aan Marnix. Dat weet ik toch niet, zegt Marnix, maar je hoort dan niet meer bij de boze die jou de foute dingen laat doen, dan hoor je bij de Here God, dan ben je anders. Oh dat is mooi, zegt Jonas, doe mij ook maar zo’n doop. Marnix bedenkt zich niet en probeert Jonas te dopen, maar Jonas is loodzwaar het lukt hem niet om hem achterover te duwen. Dit gaat niet, zegt hij tegen Jonas, je bent te zwaar, doop jij jezelf maar. Jonas wordt boos. Zeg Marnix, roept hij; Je bent een doper van niks. Jonas duikt onder water en komt lachend weer boven. Romee en Fina komen ook aanrennen en springen in het bad, even later zijn ze samen aan het zwemmen. Het bad is heerlijk groot en ze hebben veel plezier, het dopen zijn ze al snel vergeten, daar moeten ze nog maar eens goed over nadenken, want eigenlijk moeten Romee, Fina en Jonas eerst nog de Here Jezus leren kennen en Hem vragen of Hij in hun hart wil komen wonen. Dan mogen ze echt dopen, niet nep, dan mag het echt als ze heel goed weten wat het is en als ze het zelf willen.