advertentie google

Piepie Muis: Tingeling, Tingeling

Tingeling, tingeling komt het vrolijk de slaapkamer van Piepie Muis binnen. Slaapdronken loopt zij naar het raam en is opeens helemaal wakker. Gauw trekt ze haar roze ochtendjas aan en rent naar beneden.
“He, waar is de brand?” roept papa Muis en kijkt zijn dochter vragend aan.
“De sneeuwklokjes zijn er weer. Ze tingelden mij wakker vanmorgen.”
Ze wil zo naar buiten gaan, maar daar steekt mama Muis een stokje voor.
“Wacht eens even jongedame, eerst gaan we ons netjes wassen en aankleden, daarna gaan we ontbijten. Dan is het pas tijd voor de leuke dingen.”
Piepie gaat een klein beetje boos naar boven toe.
‘Altijd moet ik eerst dit en dan weer dat, nooit mag ik meteen iets leuks doen. Als ik later groot ben, ga ik eerst de leuke doen en dan pas ga ik mij wassen en aankleden.’
In de badkamer doet ze gauw, gauw een muizenwasje en kleedt zich snel aan.
“Dat heb je snel gedaan, laat eens kijken of je het ook goed gedaan hebt.”
Mama bekijkt haar van alle kanten en knikt dan.
“Het kan er mee door, maar morgen moet jij je weer overal wassen.”
Piepie trekt een verongelijkt snuitje en gaat zitten aan tafel. Al gauw slaat haar slechte humeur om als ze ruikt dat mama dennenkoeken heeft gebakken. Ze smult van dat heerlijke ontbijt en geniet ook van de bosbessenthee.
“Luister eens Piepie”, zegt papa en hij kijkt heel ernstig,
“als je dadelijk naar de sneeuwklokjes gaat kijken, moet je oppassen voor de zaden die Gert-Jan Hommel laat vallen als hij de sneeuwklokjes een bezoek heeft gebracht. Dat doet hij met opzet, want aan die zaden zit mierenbrood en dat vindt de familie Mier heerlijk, maar wij vinden dat niet lekker.”
Met verbazing heeft ze naar haar vader geluisterd en is zeker van plan om dat aan de juffrouw op school te vragen.

Buiten staat haar vriendje Cas de Muis al bij een groepje sneeuwklokjes te kijken.
“Kom eens kijken Piepie wat een mooie plantjes hier uit de grond komen. Ik werd vanmorgen wakker door het geluid van hun belletjes.”
Cas kijkt heel even op en net op dat moment vliegt Gert-Jan Hommel het sneeuwklokje binnen en komt ook weer meteen naar buiten.
“Hier is nog niets te halen, ze zijn nog te jong.” bromt hij en gaat weg.
Op een afstandje staat de familie Mier en zien dat Gert-Jan niets bij zich heeft. Ze lopen achter elkaar weer het bos in.
Piepie vertelt aan haar vriendje wat haar vader heeft verteld en hij wil daar ook wel eens wat meer van weten. Op dat moment komt haar vader naar buiten met zijn fiets om naar het werk te gaan en Piepie vertelt wat Cas en zij net hebben gezien.
“Het is nog niet warm genoeg. Als de zon een paar dagen heeft geschenen, geven de sneeuwklokjes wel wat lekkers aan Gert-Jan. Nou goed jullie best doen op school.”
Hij stapt op zijn fiets en rijdt stevig door naar zijn werk. Zoals gewoonlijk is hij wat aan de late kant.

Het Hoofdpad is versierd met sneeuwklokjes en vriend de Wind blaast heel zachtjes tegen hun klokjes aan die dan een mooi, helder geluid laten horen. Het is een feest om zo naar school te lopen. 
“Wat een lief geluid hé,” 
zegt Zus Konijn en kijkt dromerig naar de tere plantjes en ook Eekie de Eekhoorn heeft het er over als ze mee loopt naar school.
Eenmaal in de klas steekt Piepie meteen haar vinger op.
“Ja Piepie, wat is er aan de hand? We hebben nog geen gezang gezongen dus we zijn eigenlijk nog niet bezig.”
Juf Kitty Kikker kijkt verbaasd naar Piepie Muis. Die vertelt over de sneeuwklokjes en ook wat haar vader vertelde over de mierenbroodjes.
“We gaan nu eerst zingen en dan vertel ik jullie over de sneeuwklokjes.”
Kitty schudt lachend haar hoofd. Die Piepie Muis is toch een kind van de natuur.
Ze zingen gezang 401:
‘Een vaste burcht is onze God.’
 “Dat was mooi juf” zegt Hansje Hommel en loopt helemaal rood aan.
De juf knikt hem vriendelijk toe. ‘Gelukkig komt hij wat los’ denkt ze.
“Ahum, ahum, even een mededeling. De sneeuwklokjes brengen ook dit jaar weer een bezoek aan ons Grote Hazelbos. Ze mogen onder geen enkele voorwaarden worden geplukt of vertrapt. Jullie mogen ze wel heel zachtjes aaien. Einde mededeling.”
Kitty vindt dit een mooi moment om over de sneeuwklokjes te beginnen.
“Zoals jullie hoorden, heeft meester de Uil ook de sneeuwklokjes gezien en ook wel gehoord. Piepie vroeg mij er vanmorgen al iets over.
Sneeuwklokjes zijn de eerste bloemen die melden dat juffrouw Lente er weer aankomt. Dat doen ze met een lief tingelend geluid. Ze geven aan Gert-Jan Hommel en Frits Honingbij hun nectar, dat is een suikerrijke vloeistof die onder andere sneeuwklokjes produceren. 
Gert-Jan en Frits brengen die nectar naar de Honingfabriek in het Kleine Hazelbos. Ze laten ook wel zaden vallen die aan hun voeten zijn blijven plakken en die zaden bevatten mierenbroodjes die vooral de familie Mier heerlijk vinden, maar Piepie en Cas vinden die zaadjes niet lekker ruiken.”
Ze kijken allemaal geboeid naar hun juf die dat toch allemaal maar weet.
“Dus jullie hebben van meester de Uil gehoord dat kijken mag, maar aankomen niet. Goed, je mag ze wel aaien, Freek Kolibrie.”
Kitty had gezien hij zijn vinger opstak en ze wist wat hij wilde gaan zeggen.
De rest van de dag hadden ze het in de klas alleen maar over taal, rekenen en andere dingen die je in de klas doet. Alleen waren de gedachten van Piepie bij de sneeuwklokjes.

Op weg naar huis aait ze wel tien sneeuwklokjes die langs het Hoofdpad staan en de één klinkt nog mooier dan de andere.
’s Avonds in bed vertelt ze aan mama wat meester de Uil heeft gezegd en ook vertelt ze, dat ze wel tien sneeuwklokjes heeft geaaid.
Moeder lacht haar lieve, grote dochter toe. 
“Lieve God, kon Piepie altijd maar zo blijven. Zo lief, zo puur, zo gewoon.” En ook dit kleine gebed werd gehoord door God.
Tegen haar dochter zei mama:
“Meester de Uil is een wijs man. Hij heeft het beste met onze schepping voor. Zullen wij nu samen God danken voor het mooie geschenk dat Hij ons bos vandaag heeft geschonken.”
“Dat lijkt mij een goed idee.”
Zegt papa die zachtjes de slaapkamer is binnengekomen.
Samen vouwen ze de handen en ieder vertelt op zijn of haar eigen manier waarom het vandaag zo’n mooie dag is geweest.
Buiten klinkt zacht: tingeling, tingeling, net of ze ook praten met hun Schepper.