advertentie google

Nu was de aarde droog, maar het zag er helemaal niet mooi uit. De Here God dacht: ‘Weet je wat? Ik ga de aarde mooi versieren, zodat het er heel mooi uitziet en Ik zorg ook vast voor het eten voor alle vogels en vissen en dieren en de mensen, die ik ga maken.’ En de Here God liet een heleboel grassoorten groeien, op heel veel plekken op de aarde. En de Here God liet ook struiken groeien: struiken waar vruchten aan komen, zoals bessen en bramenstruiken, maar ook struiken alleen maar omdat ze zo mooi zijn. Struiken met prachtige bloemen, zoals de hortensia en de rododendron. Maar ook de vlinderstruik, want de Here God wist al precies wat Hij nog meer ging maken. Hij maakte toen ook de aardappelen en de boontjes, de bloemkool en de cassave, de tarwe, de rogge en de rijst. Alle planten die groeien op de aarde maakte de Here God op de derde dag. Op weer andere plaatsen liet Hij allemaal bomen groeien: eiken, beuken, palmbomen, mangrovebomen, wilgen, maar ook allemaal bomen waar fruit aan groeit: appel- en perenbomen, bananenbomen, kersenbomen, sinaasappelbomen, abrikozen- en pruimenbomen, kastanjebomen, ja, alle bomen, waar vruchten aan groeien maakte de Here God op de derde dag. En het zag er zo prachtig uit: overal bloeiden bloemen tussen het gras en stonden allerlei bomen in volle bloei. En als je goed keek, zag je dat er ook al vruchten aan hingen. Wat een mooie aarde had de Here God gemaakt.
De volgende dag ging de Here God verder met mooi maken. Hij maakte de zon. Tjonge, jonge, daar kon je niet zo maar naar kijken, want het licht was veel te fel! Alle mooie kleuren van alles was God gisteren gemaakt had, kon je nu goed bekijken! Maar de Here God was nog niet klaar. Nee, Hij maakte ook de maan en de sterren. Eén zon en één maan maakte de Here God, maar een heleboel sterren. Zoveel zelfs, dat je ze helemaal niet tellen kunt! Probeer maar eens op een heldere nacht als het goed donker is. Je zult zien, dat je steeds meer sterren ontdekt en dat je al gauw de tel kwijtraakt.
De Here God wilde dat de mensen goed licht zouden hebben als Hij ze zou maken. Dan konden ze goed zien wat ze moesten doen. Daarom maakte Hij de zon, voor overdag, als er gewerkt moet worden. Maar elke nacht pikkedonker, dat vond de Here God niet mooi, daarom maakte Hij de maan en de sterren, zodat de nacht ook heel mooi zou zijn. Bovendien moesten de zon, de maan en de sterren laten zien of het dag of nacht was, en welke tijd en welk jaar. Het was echt heel mooi geworden en de Here God was er tevreden over.