advertentie google

In dit deel komt het verhaal aan de orde over David en Jonathan, hun vriendschap en hoe David harp moet spelen voor Koning Saul.

Deel 3 David speelt harp
Saul: (is onrustig, loopt heen en weer en doet wat paniekerig)
Ik weet niet wat er aan de hand is, ik heb het gevoel dat de Here God niet meer bij mij is. Ik voel me zo vreemd, ik ben bang, wat moet ik nu doen.
Knecht: Koning, koning, ik denk dat we iemand moeten zoeken die muziek voor u maakt op de harp. Weet u koning.. als het dan weer zo raar voelt, alsof de boze binnenin u komt, dan laat u muziek maken en dat zult u zich weer rustig voelen. Zeker weten.
Saul: Maar waar vind ik iemand die op de harp kan spelen?
Knecht: Koning ik ken zo iemand…. Het is de zoon van Isaï. Hij heet David en kan echt prachtig spelen en hij kan ook nog eens heeeeeel goed vechten.Saul: Stuur snel iemand naar het huis van zijn vader. Toe snel snel, laat die jongen halen, want ik weet van gekkigheid niet meer wat ik moet doen.
Knecht: Goed koning, goed, ik zorg dat de jongen hierheen komt, u kunt op mij rekenen. Maar eh Koning misschien kunt u mij een brief meegeven?
Saul: Ja natuurlijk knecht wat heb jij toch goede ideeën… momentje, even schrijven…. (Saul neemt een pen en papier en schrijft zogenaamd een brief aan vader Isaï)
Beste meneer Isaï, Zou u uw zoon David, naar mij toe willen sturen? Ik heb hem heel hard nodig. Hoogachtend, Koning Saul
Kijk knecht, dit is de brief, breng die snel naar Isaï en zorg dat die jongen zo snel mogelijk komt, ik heb hem heeeeel haaaaard nodig.Knecht: Natuurlijk koning, natuurlijk, u ziet mij zo snel mogelijk terug.
(knecht vertrekt buiten beeld, Saul blijft heen en weer lopen)
Saul: Ik hoop maar dat David komt, ik hoop het zo….. hoe moet het anders met mij verdergaan? Zo kan ik niet doorgaan, echt niet, het is vreselijk zoals ik mij voel, alles gaat mis.David: (er klinkt gestommel, David komt eraan, evt. met geitebokje, ezel, brood en wijn) Dag koning Saul, ik ben het… David.. (maakt buiging), vader heeft mij gestuurd. Kan ik iets voor u doen?Saul: Ja David ik heb iemand nodig om muziek voor mij te maken zodat ik weer rustig word en volgens de knecht kun jij dat heel goed.


David: Nou Koning, ik wil met plezier wat voor u spelen op de harp.
Saul: David, ik vind jou een fijne jongen, je bent aardig en lief. Maak muziek voor mij en misschien kun je in de toekomst ook mijn wapendrager worden.
David: Goed koning, goed, doet u nu maar even rustig aan… Dan speel ik een mooi lied voor u. (Er klinkt harpmuziek) Wat vindt u ervan Koning? Wordt u al wat rustiger?Saul: Ja David, ik word er zo rustig van, het werkt, het werkt echt, nu weet ik het zeker, jij moet hier blijven.
(kijkt uit het raam heen en weer)
Maar eh David, hoor jij dat ook? Volgens mij hoor ik vrouwen zingen en ik hoor tamboerijnen, wacht even David, stop met die harp…. kom luisteren.David: Koning weet u het zeker? Ik hoor nog niks.
Saul: Jawel David, luister maar eens goed, je hoort ze in de verte
David: Oh ja nu hoor ik het ook (laat tamboerijnen en gezang horen)
Maar wat zingen ze?
Saul: David, David het klinkt alsof ze het over jou hebben. Ik zal het mijn knecht wel vragen. Moment, dan roep ik hem.
(tot de knecht) Hero… Knecht, kom eens, ik moet je iets vragen.Knecht: Koning vertel, wat is er aan de hand, wat kan ik betekenen?
Saul: Ik hoor muziek en ik hoor vrouwen zingen en eh… het klinkt alsof ze het over David hebben.Knecht: (Doet onnozel) Oh bedoelt u dat…. Nou koning ik zal het u vertellen, die vrouwen zijn blij en doen een vreugdedans omdat David veel meer mensen verslagen heeft dan u. Ze zingen dat u duizenden verslagen hebt en David weeeel tienduizenden.Saul: Is dat echt zo? Dat vind ik niet zo leuk, ga jij maar weg, ik ben boos, ik ben heel boos, ik ben woedend… ga weg, weg!Knecht: Ik ga al koning, ik ga al.
(David speelt ondertussen weer op de harp en maakt prachtige muziek.)
Saul: (Loopt boos heen en weer. Praat tegen de zaal). Het moet toch niet gekker worden, vinden ze David de beste en sterkste, dat kan toch niet? Ik ben boos, boos, boos… op die vrouwen en op David. Vooral op David. (Hij kijkt steeds naar David en dan weer naar de zaal.) Weten jullie wat ik ben? (hij vraagt het aan de zaal)
ja precies, goed geraden, dat ben ik….. BOOS
En weten jullie wat ik met deze speer ga doen? Kijk maar eens goed. (koning Saul gooit de speer naar David)David: (David bukt) Koning, koning wat doet u nu, dat ging maar net goed, als ik niet gebukt had …..Saul: Nou David, het ging vanzelf, sorry. Maar het is me helemaal duidelijk, God heeft mij in de steek gelaten omdat ik verkeerde dingen heb gedaan, maar jou helpt hij wel. Ga maar even weg David, ga maar met de vechtende krijgers mee, weg hier.
David: Maar koning ik heb toch niks misdaan, waarom doet u nu zo, koning u vond mij toch aardig?
Saul: David, ga weg, ik kan je eventjes niet meer zien, ik ben spuugzat van je. Ik wil wat tijd met mijn zoon Jonathan tijd doorbrengen.
David: Ik ga al Koning, ik ga al. (David vertrekt uit beeld.)
Saul: Jonathan… Jonathaaaaaaaan
(Jonathan komt op) Vader wat is er aan de hand?Saul: Jonathan, zoon van me, ik ga David een lesje leren die hij nooit meer zal vergeten, echt waar….Jonathan: (doet geschrokken) Maar vader, wat gaat u dan met hem doen?
Saul: Ik ga hem gewoon flink aanpakken, ik eh, ik ga hem eh doodmaken misschien?
Jonathan: Maar vader, vader, dat kan toch niet, David is mijn BFF
Saul: Bie Ef EF? Wat is dat nu weer voor geks.
Jonathan: Vader dat betekent dat hij mijn beste vriend is voor altijd. Dat weet u toch wel, David en ik zijn vrienden.
Saul: Niks mee te maken, ik ben boos op David, ik ga hem straffen.
Jonathan: (tegen de zaal) Ik moet David waarschuwen voordat mijn vader hem iets aandoet. Even kijken of ik David ergens zie (hij kijkt om zich heen en loopt vervolgens naar de zijkant van het poppenkastraam) David David ben je daar… pssssst David, Daaavid…. Kom eens even hier?David: (Kijkt om het hoekje en zegt) Wat is er aan de hand, waarom doe je zo geheimzinnig?
Jonathan: David mijn vader is boos op jou, hij wil jou pakken, je moet je verstoppen, verstop je oké? Ik ga ondertussen met vader praten om ervoor te zorgen dat hij stopt met deze onzin. (hij loopt terug richting Saul)
Saul: Ik ben helemaal klaar met die David, hij kan alles beter dan ik. Vreselijk die jongen.
Jonathan: Maar vader u mag David niks aandoen, hij heeft zoveel voor u gedaan, zelfs tegen die akelige grote reus gevochten en de Filistijnen verslagen. U kunt hem niet zomaar te pakken nemen, dat gaat niet, echt niet.
Saul: Oké Jonathan, oké… dan doe ik het niet, jij je zin.

Jonathan: Beloof vader, beloof het… zweer het…Saul: Ik beloof het. Goed, goed… het is al goed, ik doe het niet de Here God weet ervan dat ik het beloofd heb.

Jonathan: Dankuwel vader, ik ga even weg, even iets doorgeven. (hij loopt weer naar de zijkant waar David verstopt zit)
David…. Daviiiiiiiddddd kom ik heb goed nieuws.David: (komt weer om het hoekje kijken) Ben ik veilig?
Jonathan: Ja David je bent veilig, vader heeft het beloofd, hij zal je niks doen, je kunt weer een mooi deuntje voor hem spelen op de harp, daar wordt vader rustig van.
David: Oh dat is geweldig nieuws, ik heb net weer wat Filistijnen verslagen en ze weggejaagd, ik heb weer genoeg tijd om te spelen, ik kom eraan. (hij komt weer aanlopen met zijn harp en maakt muziek)
Saul: (tegen de zaal) Ha daar is David weer, ik heb wel beloofd dat ik hem niks zou aandoen, maar ik heb een beetje gejokt, ik denk dat ik toch nog maar even met speren ga gooien. (hij gooit een speer naar David, gooi een handvol speren richting hem en uit het raam)
David: Nou nou… koning… u houdt u niet aan uw beloften, zo kan ik niet rustig voor u spelen, ik ga maar snel weer weg. (verdwijnt uit beeld)Saul: (roept hem na) Ik krijg je wel David, ik krijg je wel, op een dag heb ik je, dan is het raak… echt raak.
(loopt weer heen en weer en praat tegen de zaal en zichzelf) David moet opgeruimd worden, weg met David, foetsie, maar hoe kan ik dat doen? Misschien moet ik mijn knecht vragen om hem in de val te lokken. Ja dat is een prima plan….
Knecht….. kneeeeeecht kom eens hier, waar ben je….Knecht: Ik ben hier koning, hier…. Ik was even buiten aan het kijken, maar zegt u het maar, wat wilt u?Saul: Zou jij David willen halen?
Knecht: Koning, sorry, maar eh volgens mij is David ziek of eh… nou ja koning misschien ook wel niet ziek maar gevlucht, zijn vrouw Mika heeft hem geholpen….Saul: Gevlucht, wat zeg je me, denk je dat hij gevlucht is? Dat vind ik vals, ik voel me bedrogen door iedereen ook door jou. Ga maar weer weg…. (knecht verdwijnt) Ik ga maar even slapen, ik moet even bijkomen van alles. (Koning verdwijnt uit beeld er klinkt gesnurk)
(Jonathan komt oplopen)
Jonathan: Waar is mijn vader kinderen? Slaapt hij? Oh dat is geweldig dan heb ik even tijd om rustig met mijn grote vriend David te praten.
(Hij loopt naar de hoek waar David verstopt zit)
David… David, kom tevoorschijn… David…David: Wat is er Jonathan, is het weer veilig?Jonathan: Nee nog niet, maar ik heb een plan. Dit kan zo niet doorgaan.
De mensen zullen je missen, ze zullen vragen stellen en mijn vader is niet dom, hij zal doorkrijgen dat je gevlucht bent. Ik heb een plan, ik ga weer met mijn vader praten en als hij nog steeds boos is kom ik je waarschuwen…
Ik zal hier komen en met mijn pijl en boog pijlen schieten en als het veilig is om terug te komen roep ik: De pijlen liggen dichtbij, maar David als ik roep: De pijlen liggen ver weg dan moet je weggaan David, heel ver weg. Dan wil de Here God dat jij weg gaat.David: Goed Jonathan, goed, afgesproken.
Jonathan: Maar onthoud goed David, wij zijn en blijven vrienden en de Here God houdt ons bij elkaar. Maar nu moet je je weer verstoppen ik ga snel naar mijn vader. (hij loopt het deel van het paleis weer in) Vader wakker worden, stop met dat gesnurk
Saul: Oh ben jij dat Jonathan, laten we gaan eten. ik heb zo’n honger, Maar eh… waarom is David er niet? Is hij te vies om aan tafel te gaan? Moet hij zichzelf nog schoonmaken? Waar is hij toch, dit is al de 2e dag dat hij er niet is.Jonathan: (tegen de zaal) Ik moet even jokken hoor, sorry, ik schaam me er een beetje voor want het mag eigenlijk niet van de Here God, maar ik moet toch David beschermen, ik kan nu even niet eerlijk zijn.
Saul: Zeg me waar David is, vertel het nu…Jonathan: Vader, David kwam bij mij en wilde even een tijdje vrij, hij vroeg of hij op visite mocht bij zijn broers, dat is toch niet zo erg vader? Nee toch?Saul: Niet zo erg? Niet zo erg? Dat is vreselijk, het is drama. Ik wist het wel, je hebt hem geholpen hè? Je verzint smoesjes. Ik wist het wel, nu ben ik ook boos op jou, jij zult voorlopig geen koning worden. Schiet op jokkebrok, haal David, ik wil hem pakken, hij heeft een lesje verdient.
Jonathan: Hij heeft helemaal niks gedaan, het is niet eerlijk vader.
Saul: ( gooit een speer naar Jonathan en roept: ) Haal David, doe het nu…..Jonathan: Ik ga al vader, ik ga al….
(tegen de zaal) Maar eh… luister eens, ik breng David niet naar mijn vader hoor, ik waarschuw hem zodat hij kan vluchten.
Ik ga snel met mijn pijl en boog naar het veld.
(Jonathan loopt net buiten het paleis en schiet met pijlen richting de verstopplek van David en roept heel hard) De pijlen liggen ver weg. Vlug maak haast, blijft niet staan(David komt tevoorschijn en buigt driemaal voor Jonathan)
David: Bedankt dat je me zo helpt en waarschuwt vriend, je bent een echte BFF, mijn beste vriend. (ze omhelzen elkaar en kussen elkaar zogenaamd –kusgeluiden- op de wangen)Jonathan: Ga in vrede David. De Here gaat met je mee en door Hem zijn wij altijd met elkaar verbonden, maar nu moet je snel gaan David. Snel, ga….. vlucht….David: Nogmaals bedankt Jonathan, ik ga snel..
(tegen de zaal) Ik moet nu gaan, maar ik kom terug, jullie zullen mij nog een keer zien, echt waar. Ik beloof het… dag allemaal.