advertentie google

Dit verhaal gaat over Jozua. Jozua was samen met Mozes en de Israëlieten, op reis naar het land dat door God aan hun beloofd was en het mooie aan dit verhaal is dat God heel duidelijk had gesproken tegen Mozes. God zei: Stuur mannen naar het land Kanaän om het te verspieden, dan weten jullie alvast wat Ik geven zal. Dat was een goed idee van God, als de mannen alvast zouden gaan gluren bij het land dat beloofd was door God dan wisten Mozes en de mensen precies wat ze konden verwachten. Dan zouden ze weten hoe het daar zou zijn en of ze er gemakkelijk zouden kunnen komen en wat nog veel belangrijker was…. of ze het zouden kunnen verslaan. 
Van elke stam moest Mozes één man kiezen om te gaan. 12 stammen waren er en dus ook 12 verspieders. Mozes zei tegen de 12 mannen, ga op reis, ga naar het bergland en kijk hoe het er is. Kijk of het volk sterk is of zwak. Is het een klein of een groot volk? Staan er bomen, zijn er veel vruchten? Probeer zoveel mogelijk te zien en als jullie de kans krijgen, probeer dan ook even wat vruchten te plukken en mee te nemen.
 
Ze gingen op weg en bekeken het land zo goed mogelijk, en Jozua en Kaleb die ook mee waren sneden een grote tros druiven af en droegen het tussen hun in aan een draagstok. Ze namen ook nog wat granaatappelen mee en vijgen. 
Na een tijdje gingen de mannen terug naar hun eigen volk. En Kaleb en Jozua lieten de vruchten zien aan Mozes en aan de mensen en ze vertelden hun verhaal: We kwamen in dat land en daar zagen we hoe goed het was, er is melk en veel honing en kijk eens naar deze vruchten. Maar het is wel een sterk volk. Er staan muren om hun stad en het is er groot, maar we kunnen er gerust heengaan en hen overmeesteren. 
Maar de tien andere mannen die met Jozua en Kaleb mee waren gegaan  om het land te verkennen zeiden: We moeten niet tegen dat volk vechten, zij zijn sterker dan ons. Deze tien mannen hadden een heel ander verhaal, een vreemd verhaal. Zij vertelden: Kijk maar uit, er wonen reuzen in dat land, grote lange mannen en zij verslinden de mensen, wij leken zo klein als sprinkhanen als wij in hun buurt kwamen. Wij kunnen die mensen nooit verslaan, onmogelijk. Hun verhaal was totaal anders dan het verhaal van Jozua en Kaleb.

De mensen waren geschrokken van dit slechte nieuws van deze tien verspieders, ze moesten de hele nacht huilen. En de mensen begonnen te mopperen tegen Mozes en Aäron. We hadden beter in Egypte kunnen sterven of in de woestijn, waarom brengt God ons naar dit land? Zodat wij gedood zullen worden? Kunnen we niet beter teruggaan naar Egypte? Mozes en Aäron vielen op de grond, iedereen kon het zien. Jozua en Kaleb scheurden hun kleren en ze zeiden: Het land waar wij doorheen getrokken zijn om het te verkennen is erg goed, als God om ons geeft zal Hij ons in dit land brengen en het aan ons geven, er is melk en honing. Jullie moeten niet boos zijn op God en niet bang zijn voor de mensen van dat land, want God gaat met ons mee. Wees niet bang. Het werd ineens anders. En ineens kwam God bij hun, ze voelden dat Hij er was. En God zei tegen Mozes: Hoelang zullen deze mensen nog aan Mij twijfelen? Ik heb zoveel dingen voor jullie gedaan. Deze mensen hebben al zoveel wonderen meegemaakt. God was boos, het liefst wilde Hij de mensen straffen, maar Mozes hield Hem tegen. Dat moet U niet doen, zei hij, als U dat doet dan zullen de mensen van Egypte zeggen dat U Uw volk niet naar het beloofde land kon brengen. Laat toch Uw kracht zien aan iedereen. Vergeef deze mensen alles wat zij hebben gedaan. God was onder de indruk van de smeekbede van Mozes: Hij zei dat Hij zou vergeven, maar Hij zei wel dat de mannen die zoveel grote wonderen hadden gezien van God en nu ineens aan Hem twijfelden niet het beloofde land binnen mochten gaan. Kaleb en Jozua hadden geluk omdat zij bleven vertrouwen op God. Voor Kaleb en Jozua was dat geweldig nieuws maar de andere mannen, de tien mannen met het slechte nieuws hadden pech…..
En wat denken jullie, hebben ze het uiteindelijk gewonnen van het volk  dat volgens de tien verspieders nooit te verslaan zou zijn? Ja ze hebben gewonnen, want God ging mee. Jozua en de Israëlieten overwonnen die strijd en Mozes bouwde daar een altaar en noemde het De Here is mijn banier omdat ze de strijd tegen de vijand gewonnen hadden.