advertentie google

Het verhaal van Sampo-Sami
 
Heel ver hier vandaan, helemaal in het noorden, ligt een land dat Lapland genoemd wordt. Er zijn wijde vlakten met veel moerassen en meren. Maar er zijn ook hoge bergen en uitgestrekte bossen. Het is er heel anders dan bij ons. In de zomer gaat daar de zon niet onder. Dan is het altijd licht. In de winter is het net andersom. Dan is het altijd donker. Dag en nacht staan er sterren aan de hemel. Kleine lichtjes in de lange, koude winter. Er wonen maar weinig mensen in dat land. Sampo-Sami woont er met zijn vader en zijn moeder. Ze wonen in een tent, ook als het sneeuwt. Want ieder voorjaar en iedere herfst trekken ze met hun rendierkudde mee. Altijd op zoek naar voedsel. Sampo-Sami helpt bij het hoeden van de kudde. In de winter glijdt hij op zijn ski's tussen de rendieren door. De punten van zijn kleurige muts dansen vrolijk heen en weer. Soms spant hij zijn rendier voor de slee en stuift er mee over het ijs! Nu is het winter en donker, ook overdag. De sterren fonkelen, maar Sampo-Sami voelt zich niet vrolijk. Hij zou zo graag de zon weer willen zien. Hij weet bijna niet meer hoe het is als de zon schijnt. Op een dag roept vader: 'Sampo, er is iets moois te zien!' Sampo-Sami kijkt in de richting die vader wijst. Hij ziet een klein streepje licht aan de horizon. 'Weet je wat dat is?' vraagt vader. 'Het Zuiderlicht misschien?' antwoordt Sampo-Sami.Hij weet dat het niet het Noorderlicht is. Dat heeft hij al zo vaak gezien,daarvoor zou vader hem niet bij zich roepen. 'Nee, jongen,' zegt vader, 'dit is de eerste bode van de zon. Vanaf nu wordt het steeds een beetje lichter. De zon komt weer terug…Kijk eens, hoe mooi de berg Rastekais is in de zonnegloed!' Sampo ziet het. De sneeuw op de hoge top is helemaal rood. Hij wordt er blij van en denkt: 'Ik zou wel naar de berg Rastekais willen gaan om te zien hoe de zon opkomt.' Sampo-Sami wordt door zijn vader Sampo genoemd en door zijn moeder Sami. Sampo betekent: 'Rijkdom.' Vader hoopt dat Sampo later rijk en machtig zal worden. Dus hij zegt: 'Sampo.' Maar moeder zegt: 'Pas bij de doop krijgt hij zijn echte naam, zoals alle kinderen in Lapland. Tot die tijd zeg ik: 'Sami.' Dat betekent: 'kind van de Samen,' zoals de Lappen eigenlijk heten. Maar in de zomer is het te ver om naar de dominee te reizen. En in de winter is het te gevaarlijk. De wolven kunnen je meeslepen, de bergen in… of je komt het rendier met het gouden gewei tegen! Sampo-Sami zou dat rendier best eens willen zien. Hij zou er wel op naar de hoge berg Rastekais willen rijden. De mensen zeggen dat daar de trollen wonen. En ook Hisy, de Bergkoning. 'Wie is die Hisy eigenlijk,' wil Sampo-Sami weten. 'Je moet nooit naar Rastekais gaan, Sami,' zegt moeder. 'Hisy is heel gevaarlijk. In één hap kan hij een rendier doorslikken en wie weet wat hij met kleine jongens doet…' Sampo-Sami vindt het een spannend verhaal. Sampo-Sami denkt steeds aan het licht op de berg. En aan de Bergkoning. Hij kan er niet van slapen. Midden in de nacht trekt hij zijn kleren van rendierbont aan. Stiekem sluipt hij de tent uit. Buiten is het bitter koud. Sampo-Sami spant zijn rendier voor de slee en daar gaan ze, over de sneeuwvlakte. De rendierhoeven klepperen op de bevroren ondergrond. Duizenden sterren schitteren aan de hemel boven hem. Dan opeens gaat het mis. Door de vaart slaat de slee om. Sampo-Sami valt in de sneeuw. Het rendier draaft verder. Daar staat hij, alleen in de wildernis, tussen de hoge bergen. Eén berg steekt boven de andere bergen uit. Dat moet Rastekais zijn. Daar woont Hisy, de Bergkoning! De rillingen lopen Sampo-Sami over de rug.Wat zou hij nu graag in de warme tent bij vader en moeder willen zijn. Maar teruglopen zonder slee en zonder rendier zal niet gaan. 'Als ik hier blijf zitten zal ik bevriezen,' zegtSampo-Sami tegen zichzelf. 'Dan kan ik maar beter naar Rastekais gaan. Want daar komt de zon op.' Sampo-Sami gaat op weg. Plotseling schrikt hij van een beweging naast hem. Een grote grijze wolf bromt: 'Wat doe jij hier alleen in de sneeuw?' 'Ik ben Sampo-Sami, en jij?' De wolf antwoordt: 'Ik ben de baas van de wolven.' 'Ik roep iedereen bij elkaar voor het zonnefeest op de berg van Hisy. Spring maar op mijn rug, dan neem ik je mee.' In galop gaan ze samen verder. Onderweg vraagt Sampo-Sami aan de wolf: 'Wat is dat eigenlijk, het zonnefeest?' De wolf is verbaasd dat hij dat niet weet. Maar hij wil het best vertellen. 'Wanneer de zon voor het eerst na de lange winter weer opkomt, dan vieren wij dat. Alle dieren en trollen komen bij elkaar op Rastekais. Op die dag mogen wij niemand iets aandoen. Anders had ik je allang opgegeten!' 'Geldt dat ook voor de Bergkoning?' vraagt Sampo-Sami. 'Jazeker. Eén uur voordat de zon opkomt en één uur nadat de zon is ondergegaan zal Hisy jou met geen vinger aanraken. Maar als die tijd verstreken is, pas dan maar op!' Sampo-Sami wordt nu wel een beetje bang. Boven op de berg zit Hisy op zijn troon. Wat ziet hij er griezelig uit… Sampo-Sami kruipt achter een rotsblok. Rond de Bergkoning zitten duizenden trollen en dwergen. Verderop zitten de dieren. Opeens slaat Hisy zijn handen met donderend geraas tegen elkaar. Hij spreekt: 'Jaar na jaar komen jullie hier bij elkaar om de zon te eren. Maar, luister… vanaf nu komt de zon nooit meer terug. De zon is dood. En dat moet zo blijven. Ere aan mij, de koning van de winternacht!' Alle trollen barsten in lachen uit. De dieren kruipen angstig bij elkaar. Sampo-Sami wordt boos als hij dit hoort. Hij springt tevoorschijn en roept: 'Je liegt, Bergkoning Hisy. Gisteren heb ik de eerste zonnestralen gezien. De zon is niet dood!' Er glijdt een schaduw over Hisy's gezicht. Op dat moment komt er een zonnestraal over de bergen. De Bergkoning wordt verblind door het felle licht. Heel langzaam verschijnt een randje van de gouden zon boven de horizon. De stralen verlichten de sneeuw en de bergen. Ze vallen op de trollen, op de dieren en op Sampo-Sami. Het is alsof er rozen staan te bloeien in de sneeuw. De zon is terug! De gloed van de zon schijnt op alle gezichten en in alle harten. Iedereen voelt zich warm en gelukkig worden. Maar het eerste uur na zonsopgang gaat snel voorbij… Sampo-Sami herinnert zich de woorden van de wolf heel goed. Hij moet weg van deze plek, maar hoe? Daar ziet hij een rendier met een gouden gewei staan. Sampo-Samibedenkt zich niet lang en springt op de rug van het dier. Met geweldige vaart rent het de steile berghelling af. Na een tijdje vraagt Sampo-Sami: 'Wat hoor ik toch voor een vreemd geluid achter ons?' 'Dat zijn de wilde dieren die ons willen opeten,' zegt het rendier. 'Wees maar niet bang. Ik ben een bijzonder rendier. Wolven en beren hebben mij nog nooit ingehaald.' Even later vraagt Sampo-Sami: 'Onweert het nu in de bergen achter ons?' 'O nee!' roept het rendier verschrikt, 'het is de Bergkoning zelf die ons achterna komt.' 'Dan moet je vliegen, mijn lieve rendier, vliegen over de vlakte, nog sneller dan eerst!' roept Sampo-Sami uit. 'Jij moet ons leven redden. Als je daarin slaagt krijg je van mij een beloning.' Het rendier met het gouden gewei rent als nooit tevoren… De Bergkoning komt steeds dichterbij…Wie kan er sneller, Hisy of het rendier met het gouden gewei? 'Als we maar een vuurplaats vinden, dan zijn we veilig,' hijgt het rendier, 'daar kan Hisy beslist niet tegen.' Net op tijd stuiven ze de tent van Sampo-Sami's vader en moeder binnen. Wat zijn die blij dat hun kind terug is. Hisy is te laat… Hij rukt en trekt zodat de tent heen en weer schudt. 'Doe open voor de Bergkoning!' klinkt het donderend. Maar Sampo-Sami's vader antwoordt: 'Ga weg, koning van de nacht en de winter. Waar licht en liefde is heb jij niets te zoeken.' Ondertussen stookt Sampo-Sami's moeder het vuur hoog op. De Bergkoning wordt woedend. Hij raast en tiert zo erg dat er een vreselijke sneeuwstorm losbreekt. De volgende dag is Hisy vertrokken. Het rendier krijgt een heerlijk maal eten uit een zilveren schotel. Zijn gouden gewei blinkt in het licht van de zon. De vader en de moeder omhelzen hun zoon.Sampo-Sami's vader zegt: 'Nu weet ik wat rijkdom is en dankbaarheid. Zodra het voorjaar is word jij gedoopt.Want jij,Sampo, bent onze grootste schat op aarde.'
 
 (een oud verhaal uit Finland van Zacharias Topelius en bewerkt door H. van der Weg)