advertentie google

De discipelen kwamen terug vanuit de dorpen, daar hadden ze van de Here God verteld en ze vertelden aan de Here Jezuswat ze allemaal gedaan hadden en hoe het was gegaan.
De Here Jezus nam zijn volgelingen mee naar een stad en die stad heette Bethsaida. Hij wilde even met Zijn vrienden alleen zijn, maar de mensen hadden het door en volgden Hem. Ze wilden allemaal zo graag horen over de Here God. De HereJezus deed wat ze graag wilden en Hij vertelde hen van Zijn Vader in de hemel en van Gods Koninkrijk en Hij maakte de zieke mensen weer beter. Maar de dag was bijna om en Zijn twaalf discipelen kwamen naar de Here Jezus toe en ze zeiden tegen Hem: Stuur die mensen toch weg naar de dorpen en de plaatsen in de omgeving, want hier is geen eten voor hen, het is hier zo eenzaam en rustig.
Maar dat wilde de Here Jezus niet, Hij zei tegen de discipelen dat zij eten moesten geven aan de mensen. Dat vonden de discipelen vast vreemd, want hoe moesten ze dat doen? Er waren wel vijfduizend man en ze hadden maar vijf broden en twee vissen. Toch wist de Here Jezus het zeker, Hij zei dat ze de mensen in groepjes moesten laten zitten. Ze moesten groepjes maken van ongeveer 50 mensen. Natuurlijk deden de discipelen wat de Here Jezus van hen vroeg. Toen iedereen zat nam de Here Jezus de vijf broden en de twee vissen en denk je dat Hij ze snel brak en uitdeelde? Nee hoor… Hij keek eerst naar de hemel, want daar woonde Zijn Vader, de Here God en Hij zegende het brood en brak het in stukken, Hij gaf het aan Zijn discipelen en Zijn discipelen gaven het weer door aan de mensen.. De mensen aten net zolang door totdat ze vol waren en nu denken jullie vast… dat kan helemaal niet, want er waren maar vijf broden en twee vissen en dat is echt nooit genoeg voor vijfduizend man. Nou ik kan jullie verzekeren dat het echt kon en toen de mensen hun buik vol hadden raapten de discipelen alle overgebleven brokken op en ze stopten het in manden. Ze hadden nog twaalf manden vol met brokken over. Het was een groot wonder, ja toch!

Lucas 9:10-17